ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ6196
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. van Keken
- A.L. Diender
- A. Roelvink-Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling tussen vader en minderjarige na langdurige procedures
De vader heeft sinds 2004 meerdere verzoeken ingediend tot vaststelling en wijziging van een omgangsregeling met zijn minderjarige kind, geboren in 2002. De moeder voerde verweer en er zijn diverse procedures gevoerd, waaronder een ondertoezichtstelling. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde contactherstel zonder contra-indicaties.
De rechtbank constateert dat de moeder ondanks rechterlijke beschikkingen geen contact tussen vader en kind tot stand heeft gebracht en haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd. De angst van de moeder voor een negatieve impact op het gezin is niet aangetoond en vormt geen reden om omgang te weigeren.
De rechtbank wijst het verzoek van de vader toe en stelt een gefaseerde omgangsregeling vast, te beginnen met een video en oplopend naar verblijf van het kind bij de vader in het weekend, na toewijzing van een gezinsvoogd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot vaststelling van een gefaseerde omgangsregeling toe en wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige toe.