ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ2968
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Mees
- T.A. de Hek
- M.C. van As
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van privé-onttrekkingen door bestuurder van stichtingen
De rechtbank Haarlem behandelde het geschil tussen eiser en de Belastingdienst over de vraag of eiser gelden had onttrokken aan meerdere stichtingen waarvan hij bestuurder was, en of deze onttrekkingen als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden moesten worden aangemerkt.
Uit het onderzoek bleek dat eiser vanaf 18 september 2003 bestuurder was van stichting [BEDRIJF D] en vanaf 27 januari 2004 van stichting [BEDRIJF E]. De rechtbank stelde vast dat eiser op grote schaal privé-uitgaven ten laste van deze stichtingen had gedaan, zonder aannemelijk te maken dat deze uitgaven zakelijk waren. De onttrokken bedragen werden per jaar vastgesteld en deels gecompenseerd door vorderingen die eiser op de stichtingen had.
De rechtbank vernietigde de navorderingsaanslagen en boetes over 2002 en 2003 vanwege onvoldoende bewijs en compenseerde de aanslagen over 2004 en 2005 met de vorderingen. Daarnaast werd een boete van 50% opgelegd wegens opzet, maar deze werd verminderd met 20% vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard en de boetes en aanslagen werden overeenkomstig verminderd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vermindert de aanslagen en boetes en bevestigt dat privé-onttrekkingen belastbaar zijn als resultaat uit overige werkzaamheden.