ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ2195
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.S. Röell
- L.M. de Vries
- J.E. van Praag
- Rechtspraak.nl
Interpretatie van provenu’s clausule bij overschrijding kredietlimiet in kredietverzekeringsovereenkomst
Zwanvis B.V. had een kredietverzekering afgesloten bij Coface en maakte aanspraak op uitkering wegens het faillissement van een afnemer, Rungis Express GmbH & Co. De openstaande vordering bedroeg €120.617,78, met een kredietlimiet van €50.000 en een dekkingspercentage van 85%, waarop Coface €42.500 uitkeerde. Later ontving Zwanvis via Inso-Board een bedrag van €66.676,84, te beschouwen als provenu’s.
Coface vorderde terugbetaling van €42.500, stellende dat volgens de provenu’s clausule in Module E2 alle na uitkering ontvangen bedragen tot de verzekeraar behoren tot het bedrag van de schadevergoeding. Zwanvis betwistte dit en stelde dat de clausule niet bedoeld is voor situaties waarin de kredietlimiet is overschreden en de verzekerde ook het ongedekte deel van de schade deels heeft kunnen verhalen.
De rechtbank oordeelde dat de clausule strikt moet worden uitgelegd volgens de bewoordingen en dat de overschrijding van de kredietlimiet niet leidt tot een afwijkende interpretatie. De ontvangen provenu’s na uitkering moeten worden terugbetaald aan Coface tot het bedrag van de schadevergoeding. De vordering van Coface werd daarom toegewezen, met wettelijke handelsrente vanaf de sommatie van 19 juni 2008. De proceskosten werden aan Zwanvis opgelegd.
Uitkomst: Zwanvis is veroordeeld tot terugbetaling van €42.500 aan Coface met wettelijke handelsrente vanaf 19 juni 2008.