ECLI:NL:RBHAA:2011:BP9088
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C. van As
- T.A. de Hek
- M. Mees
- Rechtspraak.nl
Naheffing loonbelasting ondanks vermelding in aangifte inkomstenbelasting
Eiseres, een onderneming actief in vastgoedbeheer, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag loonbelasting over 2004, een boete en heffingsrente. Hoewel in de aangifte inkomstenbelasting van de directeur het ingehouden bedrag aan loonbelasting werd vermeld, bleek deze niet daadwerkelijk te zijn afgedragen. Eiseres stelde primair dat zij op het vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen dat de loonbelasting was afgedragen en subsidiair dat naheffing niet mogelijk was vanwege het ontbreken van een nieuw feit.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen de boete niet-ontvankelijk is omdat de boete ambtshalve was verminderd tot nihil. Het beroep tegen de naheffingsaanslag werd ongegrond verklaard. De rechtbank stelde dat het op eiseres rustte om aannemelijk te maken dat er vertrouwen was gewekt omtrent afdracht, maar dit was niet gebleken. Bovendien is naheffing van ingehouden maar niet afgedragen loonbelasting bij de werkgever toegestaan, ook als de werknemer de belasting in zijn aangifte vermeldt.
De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten en wees erop dat hoger beroep mogelijk is bij het gerechtshof Amsterdam. De uitspraak benadrukt het belang van correcte afdracht van loonbelasting en beperkt de toepassing van het vertrouwensbeginsel in dergelijke situaties.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag loonbelasting 2004 wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de boete niet-ontvankelijk.