ECLI:NL:RBHAA:2011:BP6615

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
2 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 10/5575
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.C. Terwiel - Kuneman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 3 onder b AOW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

AOW-pensioen toegekend naar gehuwdennorm ondanks LAT-relatie

Eiseres, gehuwd sinds 1999 en woonachtig op verschillende adressen van haar echtgenoot, ontving een AOW-pensioen toegekend naar de gehuwdennorm. Zij maakte bezwaar en stelde dat zij duurzaam gescheiden leeft vanwege hun LAT-relatie, met gescheiden huishoudens, financiën en beperkte gezamenlijke tijd.

De rechtbank stelde vast dat duurzaam gescheiden leven betekent dat echtgenoten ieder een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat dit ondubbelzinnig uit feiten moet blijken. De rechtbank concludeerde dat de frequente en regelmatige contacten, gezamenlijke maaltijden en vakanties niet passen bij duurzaam gescheiden leven.

Verder benadrukte de rechtbank dat het onderscheid tussen gehuwden en ongehuwd samenwonenden gerechtvaardigd is vanwege de zorgverplichting binnen het huwelijk. De brochure van de SVB voor ongehuwden is niet van toepassing op gehuwden.

Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van de SVB om het AOW-pensioen toe te kennen naar de gehuwdennorm.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen wordt toegekend naar de gehuwdennorm.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 10 - 5575
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 maart 2011
in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde: drs. [naam partner],
tegen:
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, (hierna: SVB),
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 25 mei 2010 heeft verweerder eiseres vanaf augustus 2010 een pensioen toegekend op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW) naar de norm van een gehuwde pensioengerechtigde.
Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 20 juni 2010 bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 14 september 2010 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 21 oktober 2010, aangevuld bij brief van 14 januari 2011, beroep ingesteld.
Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.
Het beroep is behandeld ter zitting van 28 januari 2011. Eiseres is vertegenwoordigd door haar gemachtigde, drs. [naam partner], verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. L. Boot, werkzaam bij de SVB.
2. Overwegingen
2.1 Eiseres is op 10 mei 1999 gehuwd met [naam partner], geboren 30 mei 1927. Zij zijn op verschillende adressen blijven wonen. Verweerder heeft eiseres met ingang van augustus 2010 een AOW-pensioen naar de norm van een gehuwde toegekend en dit besluit in bezwaar gehandhaafd.
2.2 Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat niet ondubbelzinnig uit de feiten en omstandigheden is gebleken dat er sprake is van een situatie van duurzaam gescheiden leven. Eiseres en haar echtgenoot hebben regelmatig contact met elkaar en deze contacten zijn niet zakelijk. Eiseres is in het huwelijk getreden, heeft een LAT relatie, eet ’s avonds regelmatig met haar echtgenoot en gaat samen met hem op vakantie. De bepalingen over het al dan niet voeren van een gezamenlijke huishouding zijn in het geval van een huwelijk niet van toepassing.
2.3 Eiseres meent dat zij in aanmerking komt voor een AOW-pensioen voor alleenstaanden, omdat zij duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot (LAT-relatie).
2.4 De rechtbank stelt vast dat eiseres gehuwd is, zodat zij gezien moet worden als een gehuwde pensioengerechtigde. Slechts indien zij duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot, dient zij op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW als een ongehuwde pensioengerechtigde worden aangemerkt.
2.5 Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is van duurzaam gescheiden leven sprake indien ten aanzien van gehuwden de toestand is ontstaan dat, na de door beiden of een hunner gewilde verbreking van de echtelijke samenleving, ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt als ware hij niet met de ander gehuwd en deze toestand door hen beiden, althans door een hunner, als bestendig is bedoeld. Voorts heeft de CRvB in zijn rechtspraak tot uitdrukking gebracht, dat in het algemeen kan worden aangenomen dat na het sluiten van een huwelijk of het aangaan van een geregistreerd partnerschap de betrokkenen de intentie hebben een echtelijke samenleving - al dan niet op termijn - aan te gaan, maar dat het niet is uit te sluiten dat onder omstandigheden vanaf de huwelijksdatum of de datum van het aangaan van een geregistreerd partnerschap, van duurzaam gescheiden leven kan worden gesproken, mits dat ondubbelzinnig uit de feiten en omstandigheden blijkt. Ook de Hoge Raad heeft van meet af aan het begrip duurzaam gescheiden leven op enge wijze uitgelegd. (zie bijvoorbeeld www.rechtspraak.nl LJN:BL7267)
2.6 Eiseres voert in beroep aan dat ondubbelzinnig vaststaat dat zij en haar echtgenoot duurzaam gescheiden leven, vanaf de huwelijksdatum en al 15 jaar daarvoor: zij bewonen ieder een eigen eengezinswoning, volledig toegerust op zelfstandig wonen en hebben geen intentie een echtelijke samenleving aan te gaan. Zij hebben volledig gescheiden financiën en aparte huishoudens. Zij overnachten nooit bij elkaar. Het zorgen voor elkaar beperkt zich tot zorg ingeval van ziekte, hetgeen niet vaak voor komt. De kosten voor samen eten (5 à 6 keer per week) en vakanties (2 weken per jaar) worden gedeeld. Twee maal per jaar gaat eiseres een week alleen naar een klooster. Zij brengen slechts 3.3 % van hun tijd samen door. Zij hebben nooit samen gewoond vanwege verschillende levensstijlen (echtgenoot is vergaand milieubewust en bezit een grote bibliotheek) en sluiten dit ook uit omdat de (daarvoor reeds 15 jaar bestaande) LAT-relatie een basisvoorwaarde van hun huwelijk is.
2.7 Gelet op de jurisprudentie van de CRvB (zie bijvoorbeeld: LJN: BM3105) is de rechtbank van oordeel dat in het geval van eiseres geen sprake is van duurzaam gescheiden leven in de onder 2.5 bedoelde zin, omdat zij elkaar op regelmatige basis en zeer frequent zien. De aangevoerde omstandigheden op grond waarvan eiseres meent dat zij wel duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot, maken dit niet anders. Aan het beroep dat eiseres heeft gedaan op de brochure van de SVB “Samenwonen of niet?” kan zij geen rechten ontlenen omdat deze brochure specifiek geschreven is voor de situatie van ongehuwden.
2.8 Voorts heeft eiseres in beroep aangevoerd dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan, en heeft beslist op basis van achterhaalde en niet van toepassing zijn vooroordelen. Eiseres acht het in strijd met het fundament van de AOW als basispensioenvoorziening en met het gelijkheidsbeginsel als de criteria voor vaststelling of sprake is van gescheiden leven anders, dan wel extreem opgeschroefd, zijn voor gehuwden in vergelijking met de criteria voor ongehuwden. De eis van “ondubbelzinnigheid” stamt uit een nu achterhaalde opvatting uit de tijd dat gehuwden altijd geacht werden samen te wonen. Op het gebied van relaties tussen mensen is er veel en ingrijpend veranderd, een proces dat doorgaat en dat voortdurend en toenemend fricties oplevert met het rechtssysteem, dat regels wil vastleggen in wetten, besluiten en uitspraken.
2.9 De rechtbank wijst erop dat het begrip ‘duurzaam gescheiden leven door echtgenoten’ niet alleen voorkomt in de sociale volks- en werknemersverzekeringen en in de sociale voorzieningen, maar ook een rol speelt in fiscale zaken. De Hoge Raad, evenals de CRvB, heeft meerdere malen geoordeeld dat in de omschrijving van het begrip “gescheiden leven van echtgenoten” tot uitdrukking is gebracht dat daarvan geen sprake is wanneer de echtgenoten afzonderlijk een eigen leven leiden als ware de één niet met de ander gehuwd (zie het arrest vermeld onder 2.5). Gehuwden worden gedefinieerd door een formeel criterium (huwelijk) en ongehuwd samenwonenden met een materieel criterium ( gezamenlijke huishouding). Weliswaar geldt voor gehuwden sinds 22 juni 2001 geen samenwoningsplicht meer, toch hebben gehuwden in tegenstelling tot ongehuwd samenwonenden (althans degenen die geen notarieel samenlevingscontract met onderlinge zorgplicht hebben gesloten) een verplichting tot wederzijdse hulp en bijstand, zelfs na het huwelijk, waardoor tussen beiden een hechtere economische eenheid bestaat dan tussen ongehuwd samenwonenden. Dit is tijdens de parlementaire behandeling van de Wet IB 2001 door de wetgever aangevoerd ter rechtvaardiging van het (handhaven van) het onderscheid tussen gehuwde en ongehuwd samenwonenden. De Hoge Raad heeft meermaals geoordeeld dat het onderscheid in de fiscale wetgeving tussen niet duurzaam gescheiden levende gehuwden en ongehuwd samenwonenden gerechtvaardigd is vanwege de zorgverplichting van gehuwden. De rechtbank concludeert hieruit dat het feit dat voor niet-gehuwden een ander criterium geldt voor samenwonen niet strijdig is met het gelijkheidsbeginsel.
2.10 Gelet op het bovenstaande heeft verweerder eiseres terecht aangemerkt als gehuwd. Het beroep zal dan ook ongegrond worden verklaard.
3. Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Terwiel - Kuneman, rechter, in tegenwoordigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2011.
afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.