ECLI:NL:RBHAA:2011:BP5982
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Roelvink-Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens ontbreken ernstige bedreiging
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Haarlem om ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 1998 en 2001, die bij hun moeder verblijven. Het doel van het verzoek was het inzetten van hulpverlening gericht op het verbeteren van de communicatie tussen de ouders en het voorkomen van loyaliteitsconflicten bij de kinderen.
De moeder verzette zich tegen het verzoek en stelde dat de kinderen het goed deden en geen ontwikkelingsbedreiging ondervonden. De vader steunde het verzoek vanwege zorgen over het ontbreken van omgang met één kind en een mogelijk loyaliteitsconflict. De kinderrechter behandelde het verzoek tijdens een zitting met gesloten deuren, waarbij ook de kinderen werden gehoord.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van omgang tussen het oudste kind en de vader op zichzelf geen ernstige bedreiging vormt. Hoewel het kind boosheid jegens de vader uitte en geen contact wenste, was niet duidelijk of dit voortkwam uit een loyaliteitsconflict of eerdere gedragingen van de vader. De overige omstandigheden, zoals schoolprestaties en vrije tijdsbesteding, gaven geen aanleiding tot zorg. De rechtbank vond dat de problematiek paste binnen de normale gevolgen van een echtscheiding.
Gezien het ontbreken van een voldoende onderbouwde ernstige bedreiging, wees de rechtbank het verzoek tot ondertoezichtstelling af. De rechter benadrukte dat begeleiding voor het gezin wel nuttig kan zijn, maar dat dit initiatief bij de ouders ligt. Tegen de beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen wordt afgewezen wegens het ontbreken van een ernstige bedreiging.