ECLI:NL:RBHAA:2011:BP4022
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank stelt redelijke beslistermijn en dwangsom vast bij aanvraag maatschappelijke opvang
Eiser diende op 18 oktober 2010 een aanvraag in voor maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Gezien zijn feitelijke dakloosheid en ernstige psychische problemen achtte de rechtbank een beslistermijn van twee weken redelijk. Verweerder nam pas op 15 december 2010 een schriftelijke beslissing, waarmee de redelijke termijn werd overschreden.
De rechtbank bevestigde dat een aanvraag om maatschappelijke opvang een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) betreft en dat beroep openstaat tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank legde op grond van artikel 8:55c Awb een dwangsom op aan verweerder voor de periode vanaf twee weken na de ingebrekestelling tot aan de datum van de beslissing.
De dwangsom werd vastgesteld op €520,-, berekend over 22 dagen met verschillende dagtarieven. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €218,50 en het griffierecht van €41,-. Het beroep werd gegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot nakoming van zijn verplichtingen binnen de wettelijke kaders.
Uitkomst: De rechtbank stelde een redelijke beslistermijn van twee weken vast en legde een dwangsom van €520,- op wegens overschrijding door verweerder.