ECLI:NL:RBHAA:2011:BP3330

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
1 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
176786/HA RK 10-146
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid

In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in een aanhangige procedure tussen de besloten vennootschap Bouwbedrijf Jochem B.V. en verzoeker. Verzoeker heeft geen concrete bezwaren tegen de kantonrechter aangevoerd, waardoor de rechtbank concludeert dat er geen aanwijzingen zijn voor een vooringenomenheid van de kantonrechter. De rechtbank heeft vastgesteld dat de subjectieve toets geen grond biedt voor wraking. Bovendien is de omstandigheid dat de directeur van de eisende partij een broer is van een van de rechters in de Haarlemse rechtbank niet voldoende om partijdigheid te veronderstellen. Verzoeker heeft ter zitting bevestigd dat hij een wrakingsverzoek zal indienen tegen elke rechter van de Haarlemse rechtbank die een zaak van hem zal behandelen. De wrakingskamer heeft daarom besloten dat een volgend verzoek niet in behandeling zal worden genomen, omdat dit als misbruik van het middel van wraking wordt beschouwd. De rechtbank wijst het verzoek om wraking af en bepaalt dat het geding in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Wrakingskamer
zaaknummer: 176786/HA RK 10-146
datum beslissing: 1 februari 2011
Op verzoek van:
[verzoeker]
wonende te [plaats],
verzoeker.
1. Procesverloop
1.1 Op de openbare zitting van 2 december 2010 heeft verzoeker de wraking verzocht van mr. [A], hierna te noemen: de kantonrechter, in de bij deze rechtbank, sector kanton, aanhangige zaak, tussen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bouwbedrijf Jochem B.V. en [verzoeker] (zaaknummer 490297/CV EXPL 10-15614), hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2 Verzoeker, de wederpartij in de hoofdzaak en de kantonrechter zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 25 januari 2011. Verzoeker en de kantonrechter zijn verschenen. De wederpartij in de hoofdzaak heeft van de geboden gelegenheid, met voorafgaand bericht, geen gebruik gemaakt.
2. Het standpunt van verzoeker en de kantonrechter
2.1 Verzoeker legt aan zijn verzoek het volgende ten grondslag. Verzoeker wenst in de hoofdzaak (ten minste) vier (in het wrakingsverzoek met name genoemde) rechters van de rechtbank Haarlem onder ede te horen over de wijze waarop zij zijn rechten als Nederlands burger denken of menen te moeten garanderen. Voorts voert hij aan dat [B], directeur van de eisende partij, een broer is van [C], rechter in de rechtbank Haarlem. Op de zitting van 2 december 2010 heeft hij daaraan toegevoegd dat hij alle Haarlemse rechters wil wraken. De wrakingskamer begrijpt uit de toelichting van eiser ter zitting echter dat onderhavig verzoek alleen is gericht tegen de kantonrechter.
2.2 Verzoeker heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek de volgende toelichting op zijn verzoek gegeven. Verzoeker is in de afgelopen tien jaar in diverse procedures voor de Haarlemse rechtbank partij geweest. De in het wrakingsverzoek genoemde rechters waren daarbij betrokken. Geen van hen heeft gedaan wat de wet voorschrijft. Daardoor is verzoeker in financiële problemen geraakt. Omdat het collega’s van dezelfde rechtbank betreft, kan geen van de andere rechters van deze rechtbank geacht worden een onafhankelijke positie in te nemen ten aanzien van de procedure die Bouwbedrijf Jochem B.V. tegen [verzoeker] aanhangig heeft gemaakt.
2.3 De kantonrechter heeft het volgende aangevoerd. Nog daargelaten dat zij tijdens de rolzitting, waarop verzoeker haar heeft gewraakt, niet op de hoogte was van de familiebanden tussen de directeur van de eisende partij en één van de Haarlemse rechters, vormt deze omstandigheid geen reden voor het aannemen van partijdigheid aan haar zijde. Hetzelfde geldt voor de door verzoeker aangevoerde omstandigheid dat in het verleden door rechters van de Haarlemse rechtbank in negatieve zin voor hem is beslist in andere zaken.
3. Beoordeling
3.1 Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (hierna ook te noemen de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak, de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn ( hierna ook te noemen de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.
3.2 Verzoeker heeft geen concrete bezwaren tegen de kantonrechter in kwestie aangevoerd. De rechtbank concludeert daarom, dat niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan aannemelijk is dat de kantonrechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De subjectieve toets levert derhalve geen grond op voor wraking van de kantonrechter.
3.3 De omstandigheid dat de directeur van de eisende partij een broer is van een van de rechters in de Haarlemse rechtbank noch de ervaringen van verzoeker in eerdere procedures met andere Haarlemse rechters kunnen aanleiding vormen om partijdigheid van de kantonrechter te veronderstellen. Van omstandigheden die grond geven voor het oordeel dat de vrees voor partijdigheid aan haar zijde objectief gerechtvaardigd is, is derhalve geen sprake, zodat ook de objectieve toets geen grond voor wraking van de kantonrechter oplevert.
3.4 De rechtbank zal het verzoek tot wraking van de kantonrechter daarom afwijzen.
3.5 Verzoeker heeft ter zitting bevestigd, dat hij een wrakingsverzoek zal indienen tegen elke rechter van de Haarlemse rechtbank die een zaak van hem zal behandelen. Gelet op hetgeen verzoeker aan zijn wrakingverzoek ten grondslag heeft gelegd, is het vermoeden daarom gerechtvaardigd dat verzoeker een volgend wrakingsverzoek zal indienen tegen enige andere rechter van de rechtbank Haarlem die de zaak verder behandelt, op soortgelijke gronden als die waarop het onderhavige wrakingsverzoek steunt. Hiervoor is vastgesteld dat die gronden wraking van rechters niet kunnen dragen. In dat geval zal dus sprake zijn van misbruik van het middel van wraking. De wrakingskamer zal daarom op de voet van artikel 39, vierde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling zal worden genomen.
4. Beslissing
De rechtbank:
4.1 wijst het verzoek om wraking van de kantonrechter af;
4.2 bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek, niet in behandeling zal worden genomen.
4.3 beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de kantonrechter en de wederpartij een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;
4.4 beveelt dat het geding in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.E. Patijn, voorzitter, en mrs. R.H.M. Bruin en H.M. van Dam, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2011 in tegenwoordigheid van drs. A.J. Verkruisen als griffier.
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.