ECLI:NL:RBHAA:2011:BP1524
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling provisies als resultaat uit overige werkzaamheden bij beleggingsfraude
Eiser had een belastingaanslag opgelegd gekregen voor het jaar 2004, gebaseerd op een belastbaar inkomen uit werk en woning van €202.153, inclusief een bedrag van €205.218 aan provisies die hij als tussenpersoon van C zou hebben ontvangen. C was veroordeeld voor beleggingsfraude en gebruikte tussenpersonen om nieuwe beleggers aan te brengen. De rechtbank onderzocht of eiser deze provisies terecht als inkomen moest opgeven en of hij recht had op zelfstandigenaftrek.
De rechtbank stelde vast dat eiser inderdaad werkzaamheden had verricht door kennissen te benaderen en contact te onderhouden met D, een medewerker van C, en dat deze arbeid gericht was op het behalen van geldelijk voordeel. Diverse verklaringen, bankmutaties en e-mailcorrespondentie ondersteunden dat eiser provisies ontving voor het aanbrengen van nieuwe beleggers. De ontkenning van eiser werd niet geloofwaardig geacht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat het inkomen op een redelijke schatting was gebaseerd en dat eiser niet had bewezen dat de aanslag te hoog was vastgesteld. Daarnaast werd het verzoek van eiser om zelfstandigenaftrek afgewezen omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij het urencriterium van 1.225 uur had gehaald.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Haarlem op 24 januari 2011.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de belastingaanslag wordt ongegrond verklaard en de zelfstandigenaftrek wordt geweigerd.