ECLI:NL:RBHAA:2011:BP0496
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig zakelijk contact na beëindiging vennootschap onder firma
Partijen hebben sinds medio 2008 samengewerkt in een vennootschap onder firma (VOF), die door gedaagde is opgezegd per 1 januari 2011. Eiser, die de VOF voortzet, vordert dat gedaagde zich onthoudt van zakelijk contact met cliënten die hij destijds heeft ingebracht, omdat deze cliënten tot het vermogen van de VOF behoren en de voortzetting van de zaken aan eiser toekomt.
Gedaagde betwist het spoedeisend belang en voert aan dat hij de cliënten mocht meenemen, verwijzend naar eerdere onderhandelingen en afspraken. De rechtbank oordeelt dat deze afspraken niet zijn overeengekomen en dat eiser tijdig het recht tot voortzetting heeft ingeroepen conform de vennootschapsovereenkomst.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het voortzetten van contact door gedaagde met de cliënten in strijd is met het ongeschreven recht en het concurrentiebeding in de overeenkomst. Daarom wordt gedaagde verboden contact te onderhouden met deze cliënten en wordt een dwangsom opgelegd bij overtreding. De overige vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt verboden contact te onderhouden met cliënten die hij in de VOF heeft ingebracht, met oplegging van een dwangsom.