ECLI:NL:RBHAA:2010:BW1772
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.A. Otter
- H.M. van Dam
- C.A.M. van de Rest-van der Heijden
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap door DNA-onderzoek op stoffelijk overschot
Verzoeker vordert gerechtelijke vaststelling van zijn vaderschap ten opzichte van een overleden man, waarbij DNA-onderzoek op het stoffelijk overschot noodzakelijk wordt geacht. De erfgenamen weigeren medewerking vanwege de grafrust van de overledene. De rechtbank weegt het recht van verzoeker om zijn afstamming vast te stellen zwaarder dan de belangen van de erfgenamen.
Uit eerdere onderzoeken blijkt dat DNA-onderzoek tussen verzoeker en een volle zus van de overledene onvoldoende betrouwbaar is. Verzoeker heeft brieven van jeugdhulpverleningsinstanties overgelegd die indirect het vaderschap ondersteunen. De rechtbank oordeelt dat het openen van het graf en het uitvoeren van DNA-onderzoek noodzakelijk is voor een betrouwbare vaststelling.
De rechtbank bepaalt dat het DNA-onderzoek moet worden uitgevoerd door een deskundig instituut volgens geldende (ISO) normen. De behandeling van het verzoek wordt aangehouden tot 24 maart 2011, waarbij partijen gelegenheid krijgen schriftelijk te reageren. De gevoelens van de erfgenamen moeten wijken voor het belang van verzoeker om zijn vaderschap te weten.
Uitkomst: Verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld DNA-onderzoek op het stoffelijk overschot te doen om het vaderschap vast te stellen, ondanks bezwaren van erfgenamen.