ECLI:NL:RBHAA:2010:BP5656

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
24 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
15-801079-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 126nd SvArt. 27 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontoereikende grondslag voor aanhouding drugskoerier

De rechtbank Haarlem behandelde de zaak van verdachte die werd verdacht van het opzettelijk invoeren van cocaïne in Nederland. De verdenking was gebaseerd op een anonieme tip die werd getoetst aan gegevens uit diverse bronnen zoals Blueview, de Gemeentelijke Basisadministratie en passagierslijsten. Verdachte werd aangehouden op Schiphol toen zij vanuit Suriname arriveerde met een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne in haar bagage.

De rechtbank constateerde dat de anonieme tip geen concrete en betrouwbare informatie bevatte. De tijdsaanduiding was vaag en het was onduidelijk of de tipgever wist dat verdachte daadwerkelijk drugs zou vervoeren op de dag van aanhouding. Het nader onderzoek leverde geen aanvullende aanwijzingen op die het vermoeden van drugstransport konden bevestigen.

De rechtbank oordeelde dat de informatie onvoldoende was om tot aanhouding en toepassing van dwangmiddelen over te gaan. Hierdoor was sprake van een ernstige inbreuk op strafvorderlijke voorschriften, de lichamelijke integriteit en privacy van verdachte. Het verkregen bewijs, inclusief de bekentenis, werd uitgesloten. Omdat het ten laste gelegde feit niet wettig kon worden bewezen, sprak de rechtbank verdachte vrij.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontoereikende grondslag voor aanhouding en bewijsuitsluiting.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector Strafrecht
Locatie Schiphol
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/801079-10
Uitspraakdatum: 24 december 2010
Tegenspraak
Strafvonnis
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 december 2010 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Suriname),
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 08 september 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.
2. Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3. Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden, waarvan veertien (14) maanden voorwaardelijk, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht en met een proeftijd van twee jaren, onder de bijzondere voorwaarden zoals opgenomen in het door Reclassering Nederland omtrent verdachte opgemaakte reclasseringsadvies d.d. 15 november 2010.
4. Vrijspraak
Het onderhavige onderzoek is gestart naar aanleiding van door de Info Unit Schiphol op woensdag 8 september 2010 ontvangen informatie. Deze informatie betrof een op 27 augustus 2010 ontvangen telefonische anonieme tip door een mannelijke (de rechtbank begrijp: manlijke) melder. Het ten aanzien van deze melding opgemaakte proces-verbaal beschrijft de inhoud van de melding als volgt:
Eén dezer dagen zou een drugskoerier genaamd [verdachte], geboren op [geboortedatum] vanuit Suriname naar Nederland komen met een Surinaamse luchtvaartmaatschappij. Melder zegt dat hij een kennis van deze vrouw is en dat ze al eerder in 2004 op Schiphol was opgepakt voor de drugs.
Verschillende systemen geraadpleegd.
Blueview: Betrokkene komt voor in 2005 regio Schiphol voor import/export drugs.
GBA: Betrokkene woont op [adres].
Naar aanleiding van deze informatie zijn door middel van een zogenoemde doorlopende vordering verstrekking historische en toekomstige gegevens ex artikel 126nd van het Wetboek van Strafvordering bij een of meer luchtvaartmaatschappijen gegevens opgevraagd voor een periode van 24 augustus 2010 tot en met 21 september 2010, waarna verdachte, toen zij op 8 september 2010 met vlucht KL0714 vanuit Suriname op Schiphol aankwam, op bevel van de officier van justitie buiten heterdaad is aangehouden ter zake van vermoedelijke overtreding van artikel 2 van Pro de Opiumwet. In de ruimbagage van verdachte werden twee zakken met lollies aangetroffen, die netto ongeveer 2513,2 gram cocaïne bevatten. Ook werden bij verdachte 44 slikkersbollen aangetroffen met een inhoud van netto ongeveer 343,2 gram cocaïne.
De rechtbank constateert dat ten tijde van verdachtes aanhouding geen ander belastend materiaal voorhanden was dan de hiervoor vermelde anonieme tip, die is getoetst aan gegevens uit Blueview, de Gemeentelijke Basisadministratie en (kennelijk) de passagierslijsten over de periode vanaf 24 augustus 2010 tot aan (ten minste) de dag van haar aanhouding. De rechtbank merkt op dat het proces-verbaal van anonieme tip niets vermeldt over de betrouwbaarheid hiervan. Voorts is de tijdsaanduiding in de tip ‘een dezer dagen’ weinig concreet. Ten slotte wordt verdachte in de tip weliswaar aangeduid als ‘drugskoerier’ maar onduidelijk is of hiermee is bedoeld dat voor de tipgever vaststond dat zij op de niet nader aangeduide dag ook daadwerkelijk drugs zou vervoeren, of slechts wordt verwezen naar haar eerdere drugstransport. Gelet op deze omstandigheden, en nu het nader onderzoek slechts een bevestiging van haar NAW-gegevens en strafrechtelijk verleden bevatte en hierin geen nadere aanwijzing kan worden gevonden voor het vermoeden dat verdachte verdovende middelen zou vervoeren, is de rechtbank van oordeel dat met voornoemde informatie als grond voor haar aanhouding niet had mogen worden volstaan . De informatie mocht slechts aanleiding geven tot extra alertheid en kon ten aanzien van de verdachte bijvoorbeeld tot toepassing van de zogeheten ‘slikkerscriteria’ leiden bij de grenscontrole.
Onder de hiervoor vastgestelde omstandigheden vormt (de mogelijkheid van) toepassing van dwangmiddelen een ernstige inbreuk op belangrijke strafvorderlijke voorschriften. Verdachte is op ontoereikende gronden haar vrijheid ontnomen, terwijl tevens inbreuk is gemaakt op haar lichamelijke integriteit en haar persoonlijke levenssfeer. De rechtbank acht deze inbreuken van dien aard dat het verkregen bewijs – waaronder de (bekennende) verklaringen van verdachte – van het bewijs dienen te worden uitgesloten. Derhalve kan niet wettig worden bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5. Beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van het haar ten laste gelegde feit.
6. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door:
mr. G.A. van der Bijl, voorzitter,
mr. F.F.W. Brouwer en mr. K.G. Witteman, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. van de Vijver,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 december 2010.
Mrs. Van der Bijl en Witteman zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.