ECLI:NL:RBHAA:2010:BO8984

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
25 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
480914 - CV EXPL 10-11698
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • F.J.P. Veenhof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:97 BWArt. 238 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onterechte beëindiging mobiele telefoonabonnement en vergoeding proceskosten

De zaak betreft een geschil tussen een telecombedrijf en een consument over de beëindiging van een mobiele telefoonabonnement. De consument had de abonnementskosten voor januari 2010 niet betaald, maar de daaropvolgende maanden wel. Desondanks beëindigde het telecombedrijf het contract per 2 april 2010 en bracht een bedrag in rekening voor de resterende abonnementsperiode.

De kantonrechter oordeelde dat het telecombedrijf ten onrechte het contract had beëindigd vanwege de geringe betalingsachterstand. Het bedrijf had eerst contact moeten zoeken met de consument om de betaling alsnog mogelijk te maken. De vordering van het telecombedrijf tot betaling van het openstaande bedrag en incassokosten werd grotendeels afgewezen.

De consument had kosten gemaakt om zich tegen de vordering te verweren, zoals telefoonkosten, kopieën en reistijd. Deze schade werd door de kantonrechter toegewezen en begroot op €75. Daarnaast werd het telecombedrijf veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de consument. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het telecombedrijf is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en schadevergoeding, terwijl de consument een klein bedrag aan abonnementskosten moet betalen.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton
Locatie Haarlem
zaak/rolnr.: 480914/CV EXPL 10-11698
datum uitspraak: 25 november 2010
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Marjoc I B.V.
handelende onder de naam Marjoc Finance
te Lierderholthuis, gemeente Raalte
eisende partij in conventie
verwerende partij in reconventie
hierna te noemen Marjoc
gemachtigde Swier & van der Weijden
tegen
[ged[gedaagde]
te [woonplaats]
gedaagde partij in conventie
eisende partij in reconventie
hierna te noemen [gedaagde]
verschenen in persoon
In conventie en in reconventie
De procedure
Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk¬ken:
- de dagvaarding van 14 augustus 2010,
- het proces-verbaal van de zitting van 16 september 2010 houdende de mondelinge conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties,
- het door de kantonrechter tussen partijen gewe¬zen en op 30 september 2010 uitgesproken tussenvonnis,
- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 22 oktober 2010 gehouden comparitie van partijen en de met het oog op die zitting door de gemachtigde van Marjoc aan de kantonrechter en de wederpartij gezonden producties.
De feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:
a. Telfort B.V. heeft op of omstreeks december 2008 met [gedaagde] voor de duur van 24 maanden een overeenkomst gesloten voor de levering door Telfort B.V. aan [gedaagde] van een mobiele telefoonaansluiting.
b. De abonnementskosten voor de maanden februari 2010 en maart 2010 heeft [gedaagde] correct betaald.
c. Telfort B.V. heeft het contract per 2 april 2010 beëindigd omdat de betaling van de abonnementskosten van €4,95 over de maand januari 2010 niet door haar was ontvangen.
d. Wegens het beëindigen van het contract heeft Telfort €99,29 aan [gedaagde] in rekening gebracht, welk bedrag [gedaagde] niet heeft voldaan.
In conventie
De vordering
Marjoc vordert dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Marjoc te betalen €142,77, vermeerderd met de wettelijke rente ad 1% per maand over €104,24 vanaf 10 augustus 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Marjoc heeft het volgende aan de vordering ten grond¬slag gelegd:
Nu [gedaagde] nalatig is gebleven met de betaling van de abonnementskosten over januari 2010 heeft Telfort B.V. terecht het contract beëindigd en is [gedaagde] de gevorderde bedragen, in hoofdsom een totaal van €104,24, verschuldigd.
Bij akte van 31 december 2009 heeft Telfort B.V. de onderhavige vordering gecedeerd aan Marjoc.
Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft [gedaagde] Marjoc genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. Marjoc heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van €37,00. [gedaagde] dient deze kosten ingevolge de algemene betalingsvoorwaarden dan wel ingevolge artikel 6:96 lid 2 sub c BW Pro aan Marjoc te voldoen.
Voorts is [gedaagde] de wettelijke rente verschuldigd geworden. Deze bedraagt, berekend vanaf tot 10 augustus 2010, €1,53.
Het verweer
[gedaagde] heeft de vordering gemotiveerd betwist. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.
In reconventie:
De vordering
[gedaagde] vordert dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Marjoc zal veroordelen tot betaling van een schadevergoeding aan [gedaagde] tot een door de kantonrechter te bepalen hoogte.
[gedaagde] heeft het volgende aan de vordering ten grond¬slag gelegd:
[gedaagde] heeft schade geleden doordat hij kosten heeft moeten maken om zich tegen de vordering van Telfort B.V. te kunnen verweren. Die kosten hebben bestaan uit telefoonkosten voor gesprekken met Telfort B.V. en de deurwaarder, het maken van fotokopieën, het uitzoeken van de betalingen bij de bank en de met het bezoeken van de bank en de kopieerwinkel gepaard gaande reistijd.
[gedaagde] laat de begroting van het bedrag van zijn schade over aan het oordeel van de kantonrechter.
Het verweer
Marjoc heeft de vordering weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.
De beoordeling van het geschil
In conventie en in reconventie
1. De over en weer ingestelde vorderingen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
2. [gedaagde] heeft onvoldoende gemotiveerd weersproken dat hij het bedrag van €4,95 nog moet voldoen, zodat dit deel van de vordering in conventie moet worden toegewezen.
3. Gelet op het feit dat de abonnementskosten voor de maanden februari 2010 en maart 2010 normaal door [gedaagde] zijn betaald, is de kantonrechter van oordeel dat Telfort B.V. ten onrechte is overgegaan tot het beëindigen van het contract met [gedaagde] per 2 april 2010. Daarvoor bestond onvoldoende rechtvaardiging nu sprake was van een gering bedrag aan achterstand. Het had op de weg van Telfort B.V. gelegen om met [gedaagde] in contact te treden om hem de gelegenheid te bieden het bedrag van €4,95 te voldoen. Het zenden van aanmaningen is daarvoor niet toereikend.
4. Nu Telfort B.V. ten onrechte is overgegaan tot de beëindiging van het contract dienen de gevolgen daarvan voor haar rekening te blijven respectievelijk te komen.
5. Op grond van het vorenstaande zal de in conventie gevorderde schadevergoeding voor de resterende abonnementsperiode, te weten €99,29, worden afgewezen.
6. Het vorenstaande brengt met zich dat ook de in conventie gevorderde buitengerechtelijke incassokosten moet worden afgewezen. Deze kosten zijn naar het oordeel van de kantonrechter onnodig gemaakt.
7. De door Marjoc gevorderde wettelijke rente is als steunend op de wet toewijsbaar over het bedrag van €4,95 vanaf de datum van de opeisbaarheid daarvan.
8. Door [gedaagde] is in reconventie voldoende gesteld en aannemelijk gemaakt dat hij door de handelwijze van Telfort B.V. schade heeft geleden. Deze schade is door Marjoc onvoldoende gemotiveerd weersproken.
9. Gelet op het bepaalde bij artikel 6:97 BW Pro zal de kantonrechter de schade van [gedaagde] begroten op €75,00.
10. Marjoc zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten in conventie en in reconventie worden veroordeeld.
11. Omdat [gedaagde] zich niet door een professionele gemachtigde heeft laten bijstaan, komen op grond van het bepaalde bij artikel 238 Rv Pro, voor vergoeding van zijn proceskosten slechts de noodzakelijke reis- en verblijfkosten in aanmerking. De kantonrechter houdt er daarbij rekening mee dat [gedaagde] zowel op de rolzitting als op de comparitie van partijen is verschenen.
Beslissing
De kantonrechter:
In conventie:
Veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwij¬ting aan Marjoc te betalen €4,95, te ver¬meerderen met de wette¬lijke rente berekend vanaf de datum van de opeisbaarheid tot aan de dag der alge¬hele voldoening.
Wijst af het meer of anders gevorderde.
In reconventie:
Veroordeelt Marjoc om tegen behoorlijk bewijs van kwij¬ting aan [gedaagde] te betalen €75,00, te ver¬meerderen met de wette¬lijke rente berekend vanaf 16 september 2010 tot aan de dag der alge¬hele voldoening.
In conventie en in reconventie:
Veroordeelt Marjoc in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op €50,00 aan reis- en verblijfkosten.
Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor¬raad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.