ECLI:NL:RBHAA:2010:BO8480

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
10 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
15-740879-10
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 312 SrArt. 2 Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor brutale overval op tankstation met bedreiging en diefstal

Op 6 juli 2010 pleegde verdachte een overval op een tankstation te Hoofddorp waarbij hij een zilverkleurig balletjespistool gebruikte om de medewerker te bedreigen en geld en sigaretten te stelen. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte alleen handelde en het wapen gebruikte om de overval te faciliteren.

Bewijs bestond uit camerabeelden, getuigenverklaringen waaronder die van de moeder van verdachte die hem op foto’s herkende, zendmastgegevens van zijn mobiele telefoon en het aangetroffen balletjespistool in zijn slaapkamer. Verdachte ontkende betrokkenheid, maar zijn verklaringen werden door de rechtbank niet geloofd.

De rechtbank veroordeelde verdachte tot drie jaar gevangenisstraf en legde een schadevergoedingsmaatregel op van 800 euro plus wettelijke rente aan het slachtoffer. De rechtbank rekende het verdachte zwaar aan dat hij probeerde een ander als dader aan te wijzen, waardoor die onterecht werd vastgehouden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en een schadevergoeding van 800 euro aan het slachtoffer.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector Strafrecht
Locatie Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/740879-10
Uitspraakdatum: 10 december 2010
Tegenspraak
Strafvonnis
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 november 2010 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwaag Hoorn, locatie Zwaag, te Zwaag.
1. Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
primair:
hij op of omstreeks 6 juli 2010 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander althans alleen, met het oogmerk,
- om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag en/of een of meerdere pakje(s) sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,
en/of
- van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en/of een of meerdere pakje(s) sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s):
- een vuurwapen op die [slachtoffer] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of
- daarbij heeft geroepen: "Ik wil geld, de la open, snel" en/of "Ik wil geld, sneller";
subsidiair:
N.N. op of omstreeks 06 juli 2010 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk
- om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een of meerdere pakje(s) sigaretten, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die N.N. en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte,
en/of
- van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en/of een of meerdere pakje(s) sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat een vuurwapen op die [slachtoffer] is gericht en/of gericht gehouden en/of daarbij werd geroepen:"Ik wil geld, de la open, snel" en/of "Ik wil geld, sneller"
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 06 juli 2010 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:
- een vuurwapen te verschaffen en/of leveren aan NN en/of zijn mede-dader(s) en/of;
- een of meer (verhullende) kledingstukken waaronder een vest te verschaffen en/of leveren aan NN en/of zijn mede-dader(s).
2. Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3. Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit en gevorderd dat:
- verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], groot achthonderd (800) euro, geheel wordt toegewezen en dat daaraan de schadevergoedingsmaatregel wordt gekoppeld.
4. Bewijs
4.1. Redengevende feiten en omstandigheden[1]
Op 6 juli 2010 wordt het tankstation van [tankstation A] aan de [a-straat] te Hoofddorp, gelegen in de gemeente Haarlemmermeer, overvallen. Omstreeks 07.38 uur laat werknemer [slachtoffer] een onbekende jongeman binnen. Deze jongen heeft een capuchon over zijn hoofd en een petje en zonnebril op. Op het moment dat de jongen voor de balie staat, richt hij een zilverkleurig pistool op [slachtoffer]. Hierbij spreekt hij de woorden: “Ik wil geld, de la open doen, snel”. Op het moment dat [slachtoffer] de kassa opent, zegt de jongen: “Ik wil al het geld, sneller”. Als [slachtoffer] vervolgens een biljet van tien euro aan de jongen wil geven, loopt de jongen om de balie heen. Hierbij houdt hij het vuurwapen steeds op [slachtoffer] gericht. De jongen steekt vervolgens zijn hand in de kassalade en pakt daaruit een stapel bankbiljetten. Ook neemt de jongen een pakje sigaretten mee dat naast de kassa ligt. Vervolgens verlaat de jongen de shop.[2]
Van de overval zijn camerabeelden gemaakt, welke aan de politie ter beschikking zijn gesteld.[3] Van deze beelden zijn door de politie foto’s uitgeprint, waarop de dader van de overval en zijn/haar kleding te zien is. Vervolgens is op 13 juli 2010 in de plaatselijke krant van Hoofddorp een krantenbericht geplaatst, waarbij de voornoemde foto’s zijn geplaatst.[4]
Een week na de overval zag [getuige 1], de moeder van verdachte, foto’s in de krant van de dader van de overval op [tankstation A], in wie zij aan het postuur en aan het vest dat de overvaller droeg haar zoon [voornaam verdachte] herkende. Toen zij bovendien op 17 augustus 2010 in de slaapkamer van haar zoon in een doos een zilverkleurig balletjespistool aantrof, heeft zij zich op 18 augustus 2010 gemeld bij de politie. [getuige 1], die door de verbalisanten als getuige is gehoord, verklaarde dat zij de dader op haar getoonde foto’s aan zijn houding en postuur voor honderd procent herkende als haar zoon [voornaam verdachte]. Zij zag dit, naast aan zijn houding, het pistool en het vest dat hij droeg, ook aan de houding van zijn linkerhand: “[voornaam verdachte] heeft altijd de neiging om zijn hand tot vuist te ballen op de manier zoals op de foto”, aldus de getuige.[5]
Op verzoek van de verdediging is [getuige 1] als getuige ter terechtzitting gehoord. In dit verhoor is zij deels teruggekomen van haar eerdere herkenning van verdachte als de dader. Zij heeft desgevraagd verklaard te blijven bij haar verklaring zoals op 18 augustus 2010 tegenover de politie afgelegd, maar heeft daarbij verklaard dat zij op de bewegende beelden die haar bij een nader verhoor op 26 augustus 2010 zijn getoond, heeft gezien dat de overvaller een veel breder postuur had dan haar zoon [voornaam verdachte], en een broek droeg die haar zoon niet bezit.[6]
De rechtbank zal voor het bewijs uitgaan van de verklaring van de getuige [getuige 1] zoals op 18 augustus 2010 tegenover de politie afgelegd. De rechtbank overweegt hiertoe dat de getuige daar heeft verklaard haar zoon voor 100 % te herkennen, en ook zeer specifiek heeft aangegeven waaraan zij haar zoon herkende. Met name de herkenning van verdachte aan de manier waarop hij zijn vuist balt acht de rechtbank van belang, nu juist dit detail ook wordt genoemd door de op basis van de verklaringen van verdachte als medeverdachte aangehouden [medeverdachte].[7] Deze verklaart op de hem getoonde beelden aan de knokkels van verdachte te zien dat hij het is: “Dat zijn van die blokvuisten”. Ook de tante van verdachte, getuige [getuige 2], heeft verdachte op de foto’s aan zijn houding herkend als de overvaller.[8]
Uit onderzoek naar de zendmastgegevens van de mobiele telefoon van verdachte is gebleken dat zijn mobiele telefoon omstreeks het tijdstip van de overval een zendmast nabij het overvallen tankstation heeft aangestraald. Dit is tevens vlak bij de woning van verdachte.[9] Verdachte was rond het tijdstip van de overval echter niet thuis: hij was die morgen al vroeg, rond kwart voor zes, de deur uitgegaan.[10] Ook volgens verdachte zelf was hij die vroege ochtend niet thuis, maar wel in de nabije omgeving. Op de vraag waar hij precies was en wat hij daar deed, kon hij geen duidelijk antwoord geven.[11]
Verdachte is met betrekking tot zijn aandeel in de overval ter terechtzitting gebleven bij zijn verklaring zoals hij deze op 8 september 2010 tegenover de politie heeft afgelegd. Hij zou niet zelf degene zijn geweest die de overval had gepleegd, maar hij zou aan een zekere [roepnaam medeverdachte] zijn vest met capuchon en zijn balletjespistool hebben uitgeleend. Hij zou [medeverdachte] daartoe rond 06.00 uur ’s ochtends hebben getroffen, waarna hijzelf rond 06.15 uur richting huis liep en [medeverdachte] linksaf sloeg richting [a-straat], waar [tankstation A] en [tankstation B] zitten.[12]
Naar het oordeel van de rechtbank moet deze verklaring worden gezien in het licht van de eerdere door verdachte afgelegde, wisselende en niet nader onderbouwde verklaringen. Telkens wanneer verdachte werd geconfronteerd met nader onderzoek, waaruit naar voren kwam dat zijn verklaring niet kon kloppen, kwam verdachte met een nieuwe verklaring, die evenmin bleek te kloppen.[13] Ook de – voor [medeverdachte] zeer belastende – verklaring zoals in zijn verhoor op 8 september 2010 en ter terechtzitting afgelegd, wordt op geen enkele manier onderbouwd. Zij wordt integendeel weersproken door de verklaring van [medeverdachte], die elke betrokkenheid bij de overval met klem ontkent[14], en door informatie die is opgevraagd bij de werkgever van [medeverdachte], waaruit is gebleken dat met zijn pasje op zijn werk te Schiphol-Rijk op de dag van de overval om 06.23 uur is ingeklokt en om 15.02 uur is uitgeklokt.[15] Ook is de verklaring van verdachte niet te verenigen met de zeer specifieke herkenningen van verdachte als de overvaller als hiervoor besproken. De rechtbank acht deze laatste verklaring van verdachte dan ook niet geloofwaardig.
Gelet op bovenstaande redengevende feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat het verdachte is geweest die op 6 juli 2010 het [tankstation A] tankstation heeft overvallen. De rechtbank acht bewezen dat verdachte de overval alleen heeft gepleegd en daarbij gebruik heeft gemaakt van het door getuige [getuige 1] op zijn slaapkamer aangetroffen balletjespistool.[16]
De raadsman van verdachte heeft – zo begrijpt de rechtbank – nog betoogd dat verdachte van de bedreiging met geweld moet worden vrijgesproken, nu een balletjespistool geen wapen is, en ook overigens van een bedreiging niet blijkt.
De rechtbank volgt dit standpunt niet.
Het aangetroffen pistool is blijkens het hierover opgemaakte proces-verbaal van bevindingen een op een (luchtdruk)wapen gelijkend voorwerp, en daarmee een wapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie I onder 7° van de Wet wapens en munitie.17 Voor het slachtoffer was, zoals blijkt uit de aangifte, niet kenbaar dat het ‘slechts’ om een balletjespistool ging, waaruit ten overvloede blijkt dat het wapen voor afdreiging geschikt was.
4.2. Bewezenverklaring
Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:
hij op 6 juli 2010 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en een pakje sigaretten, toebehorende aan [tankstation A], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte
- een wapen op die [slachtoffer] heeft gericht en gericht gehouden en
- daarbij heeft geroepen: "Ik wil geld, de la open, snel" en "Ik wil geld, sneller".
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Anders dan de raadsman heeft betoogd, wordt naar het oordeel van de rechtbank door “wapen” in plaats van “vuurwapen” bewezen te verklaren - gezien het dossier - de grondslag van de tenlastelegging niet verlaten.
5. Strafbaarheid van het feit
Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.
6. Strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering van de straf
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van de vanwege de Reclassering Nederland uitgebrachte rapporten van 25 augustus 2010 en 22 november 2010 is gebleken.
In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een brutale overval op een tankstation. Kennelijk uitsluitend gedreven door de zucht naar geldelijk gewin heeft hij de medewerker van het tankstation grote angst aangejaagd door een op het oog niet van echt te onderscheiden wapen van korte afstand dreigend op hem te richten en gericht te houden. Dit soort gewelddadige feiten veroorzaakt in het algemeen gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving, terwijl slachtoffers hiervan nog geruimte tijd de psychisch nadelige gevolgen ondergaan. Dat dit in het onderhavige geval niet anders is, blijkt uit de door het slachtoffer [slachtoffer] ingediende slachtofferverklaring, waarvan de rechtbank heeft kennisgenomen.
De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij heeft getracht een ander als hoofddader van de overval aan te wijzen. Hierdoor is deze – naar achteraf is gebleken – ten onrechte gedurende twee dagen van zijn vrijheid beroofd geweest. Verdachte heeft keer op keer geprobeerd anderen de schuld in de schoenen te schuiven, terwijl er maar één verantwoordelijk is voor de overval, namelijk verdachte zelf.
Gelet op de aard en ernst van het feit en nu verdachte, zoals blijkt uit zijn proceshouding, geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen, acht de rechtbank slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend.
Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.
8. Vordering van de benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij [slachtoffer], rekeningnummer [rekeningnummer], heeft een vordering tot schadevergoeding van achthonderd euro (€ 800,-), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 juli 2010, ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van het tenlastegelegde feit zou hebben geleden.
De rechtbank is van oordeel dat deze schade eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het primair bewezenverklaarde feit. Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank vergoeding van de schade billijk voor. Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het primair bewezenverklaarde feit is toegebracht.
Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen, te weten achthonderd euro (€ 800,-), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 juli 2010.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
10. Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven;
verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van DRIE (3) JAREN;
bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer] geleden schade tot een bedrag van achthonderd euro (€ 800,-), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 juli 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting;
veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van achthonderd euro (€ 800,-), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 juli 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door zestien (16) dagen hechtenis;
bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de
verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. F.F.W. Brouwer, voorzitter,
mr. S. Jongeling en mr. K.G. Witteman, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.S. Kikkert,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 december 2010.
[1] De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.
[2] Proces-verbaal aangifte, dossierpagina 32-onder, 33-onder, 34, 35-onder en proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3], dossierpagina 74-onder en 75-boven en proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 88-boven.
[3] Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3], dossierpagina 74-onder, 75-boven.
[4] Proces-verbaal “relaas van onderzoek”, dossierpagina 9-boven.
[5] Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1], dossierpagina 49-boven/midden, 50-midden.
[6] Het verhoor van getuige [getuige 1] ter terechtzitting van 26 november 2010.
[7] Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 14 september 2010, dossierpagina 150.
[8] Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2], dossierpagina 64-midden.
[9] Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 98-99.
[10] Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] d.d. 26 augustus 2010, dossierpagina 57.
[11] Verklaring verdachte ter terechtzitting van 26 november 2010 afgelegd.
[12] Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 8 september 2010, dossierpagina 132-137; verklaring verdachte ter terechtzitting van 26 november 2010 afgelegd.
[13] Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 22 augustus 2010, dossierpagina 114-115proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 26 augustus 2010, dossierpagina 117-123; proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 31 augustus 2010, dossierpagina 129-131.
[14] Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte], dossierpagina 146-midden/onder.
[15] Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 107.
[16] Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 93-boven.
[17] Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 95-boven.