ECLI:NL:RBHAA:2010:BO8231

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
10 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
162886 - HA ZA 09-1529
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens geen schade door niet-nakoming vaststellingsovereenkomst achterstallige huur

Blauwe Rotslijster vordert betaling van achterstallige huurpenningen, incassokosten, wettelijke rente en een boete van [A], bestuurder van Beheer, wegens het niet-nakomen van een vaststellingsovereenkomst. Deze overeenkomst was gesloten na een kort geding over huurachterstand en ontruiming van een bedrijfsruimte.

De rechtbank stelt vast dat Beheer de bedrijfsruimte tijdig heeft ontruimd, maar de betalingsregeling niet kon nakomen vanwege financiële problemen. Blauwe Rotslijster stelt dat [A] persoonlijk aansprakelijk is omdat hij wist dat Beheer niet zou betalen.

De rechtbank oordeelt echter dat Blauwe Rotslijster geen schade heeft geleden door het niet-nakomen van de vaststellingsovereenkomst, omdat de vordering ook zonder die overeenkomst niet betaald zou zijn geweest. Hierdoor wordt de vordering afgewezen en wordt Blauwe Rotslijster veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van Blauwe Rotslijster wordt afgewezen wegens het ontbreken van schade door het niet-nakomen van de vaststellingsovereenkomst.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 162886 / HA ZA 09-1529
Vonnis van 10 november 2010
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BLAUWE ROTSLIJSTER B.V.,
gevestigd te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer,
eiseres,
advocaat mr. M. Cohen,
tegen
[A],
wonende te [plaats], [gemeente],
gedaagde,
advocaat mr. M. Stokvis.
Partijen zullen hierna Blauwe Rotslijster en [A] genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 3 februari 2010
- het proces-verbaal van comparitie van 23 juni 2010
- de akte na comparitie houdende vermindering van eis
- de antwoordakte na comparitie.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. [A] is bestuurder en enig aandeelhouder van de besloten vennootschap [A BV] (hierna: Beheer).
2.2. Beheer heeft een bedrijfsruimte aan de [adres] te [plaats] gehuurd van Blauwe Rotslijster.
2.3. Op 20 januari 2009 heeft Blauwe Rotslijster Beheer in kort geding gedagvaard wegens een huurachterstand en ontruiming van de bedrijfsruimte, betaling van de achterstallige huurpenningen ad € 9.873,36, buitenrechtelijke kosten, wettelijke handelsrente en boete ad € 5.288,00 en betaling van de huurpenningen en wettelijke rente daarover tot aan datum ontruiming gevorderd.
2.4. Tijdens de mondelinge behandeling van het kort geding op 30 januari 2009 heeft [A] namens Beheer een minnelijke regeling getroffen met Blauwe Rotslijster. De door partijen ter zitting ondertekende en in een proces-verbaal vastgelegde vaststellingsovereenkomst houdt het volgende in.
Partijen verklaren dat zij hun geschil door middel van een vaststellingsovereenkomst beëindigen en wel als volgt:
1. Partij [A] betaalt aan partij Blauwe Rotslijster € 8.543,96 ter zake van hoofdsom huurpenningen, voorts € 833,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en een bedrag van € 3.000,00 ter zake van de wettelijke handelsrente alsmede de contractuele boete. Het totaalbedrag zal worden voldaan door overmaking […] uiterlijk op 20 februari 2009.
Bij gebreke van tijdige en/of volledige betaling zal de wettelijke handelsrente verschuldigd worden. De volledige hoofdsom zal ineens verschuldigd zijn bij gebreke van tijdige betaling.
2. […] Partijen komen overeen dat het gehuurde uiterlijk 2 februari 2009 leeg en bezemschoon opgeleverd zal worden onder overgave van alle sleutels aan de verhuurder. Hierna zal de huurovereenkomst geacht worden ontbonden te zijn.
[…].
2.5. Beheer heeft de bedrijfsruimte tijdig ontruimd en opgeleverd.
2.6. Op 20 februari 2009 heeft [A] aan Blauwe Rotslijster meegedeeld dat Beheer de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen betalingsregeling bij gebrek aan financiële middelen niet zou nakomen.
2.7. Op 30 juni 2009 is het faillissement van Beheer uitgesproken.
3. Het geschil
3.1. Blauwe Rotslijster vordert – na vermindering van eis – veroordeling van [A] tot betaling van:
1. een bedrag van € 13.076,60, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf datum dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
2. de proceskosten van dit geding.
3.2. [A] voert verweer.
3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. Blauwe Rotslijster stelt dat [A] onrechtmatig heeft gehandeld, omdat hij op het moment dat hij de minnelijke regeling trof, wist dat Beheer haar verplichtingen uit die overeenkomst niet zou kunnen nakomen. [A] is daarom als bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor de schade die Blauwe Rotslijster lijdt ten gevolge van het niet-nakomen van de vaststellingsovereenkomst. De schade bestaat uit de hoofdsom aan achterstallige huurpenningen, de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke handelsrente tot aan 30 januari 2009 en de contractuele boete en de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf 30 januari 2009 tot aan de datum van de dagvaarding.
4.2. Met [A] is de rechtbank van oordeel dat Blauwe Rotslijster als gevolg van het niet-nakomen van de vaststellingsovereenkomst door Beheer geen schade heeft geleden. Indien de vaststellingsovereenkomst niet zou zijn gesloten, zou de vordering van Blauwe Rotslijster ter zake van de achterstallige huurpenningen, kosten en rente evenmin zijn betaald. Blauwe Rotslijster is door het niet-nakomen van de vaststellingsovereenkomst derhalve niet in een ongunstiger financiële positie gekomen dan zij reeds verkeerde als gevolg van het niet-betalen van de achterstallige huurpenningen, kosten en rente door Beheer. Nu Blauwe Rotslijster geen schade heeft geleden als gevolg van het niet-nakomen van de vaststellingsovereenkomst door Beheer, kan in het midden blijven of door het sluiten van een vaststellingsovereenkomst een nieuwe verplichting in het leven wordt geroepen en of [A] door het aangaan van de vaststellingsovereenkomst onrechtmatig heeft gehandeld. De vordering van Blauwe Rotslijster zal worden afgewezen.
4.3. Blauwe Rotslijster zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [A] worden begroot op:
- vast recht 316,00
- salaris advocaat 1.130,00 (2,5 punt × tarief EUR 452,00)
Totaal EUR 1.446,00
4.4. De rechter, ten overstaan van wie de comparitie is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen om organisatorische redenen.
5. De beslissing
De rechtbank
5.1. wijst de vordering af,
5.2. veroordeelt Blauwe Rotslijster in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op EUR 1.446,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2010.?