ECLI:NL:RBHAA:2010:BO7511
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Contante waarde van alimentatieverplichting als schuld in box 3
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde belastingaanslag over 2007 omdat de contante waarde van zijn alimentatieverplichting aan zijn ex-echtgenote niet als schuld in box 3 werd erkend. In het echtscheidingsconvenant was een levenslange alimentatiebedrag van €100.000 per jaar opgenomen, met wettelijke indexering en een niet-wijzigingsbeding.
De rechtbank overwoog dat artikel 5.3, derde lid, van de Wet IB 2001 geen uitsluiting bevat voor alimentatieverplichtingen als schulden in box 3, in tegenstelling tot de oude Wet VB 1964. De alimentatieverplichting heeft een waarde in het economische verkeer vergelijkbaar met een lijfrenteverplichting.
De rechtbank accepteerde de door eiser overgelegde berekening van de contante waarde van de alimentatieverplichting, ondanks het ontbreken van een risicoaftrek voor verlies van draagkracht of nieuwe partners van de ex-echtgenote, omdat het convenant een niet-wijzigingsbeding bevatte en de alimentatie levenslang is.
Hierdoor werd de rendementsgrondslag verminderd met circa €2,25 miljoen, wat leidde tot een lager belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag verminderd, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en neemt de contante waarde van de alimentatieverplichting als schuld in box 3 mee, waardoor de belastingaanslag wordt verminderd.