ECLI:NL:RBHAA:2010:BO6304
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming rechter voor gedwongen schuldregeling ondanks verzet schuldeiser
Verzoekers hebben de rechtbank gevraagd DSB Bank te bevelen in te stemmen met een schuldregeling als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet. DSB Bank verzette zich tegen deze regeling omdat zij een volledige betaling van haar vordering wenst en twijfels had over de haalbaarheid van het akkoord en de goede trouw van verzoekers.
De rechtbank stelde vast dat verzoekers een schuld van ruim € 41.000 hebben, waarvan € 12.336 aan DSB Bank. De aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering van DSB Bank, maar is door de overige schuldeisers aanvaard. Verzoekers hebben hun financiële situatie toegelicht, waaronder het verlies van werk en een IVA-uitkering.
De rechtbank oordeelde dat het akkoord goed gedocumenteerd en transparant is en dat verzoekers niet te goeder trouw zijn. De waarborgen van de Faillissementswet wegen zwaar, maar de omstandigheden van verzoekers maken het akkoord het maximaal haalbare. De rechtbank concludeerde dat DSB Bank in redelijkheid haar weigering niet kon volhouden en wees het verzoek toe, waarbij DSB Bank werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank beveelt DSB Bank in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en veroordeelt haar in de kosten.