ECLI:NL:RBHAA:2010:BO6046
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J. van Andel
- R.A. Otter
- E.J. van Keken
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijfplaats minderjarige bij vader na afwijzing verzoek moeder tot verhuizing naar Italië
Partijen zijn gehuwd en hebben een minderjarige dochter over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. Na het uiteengaan van partijen heeft de moeder de dochter zonder toestemming naar Italië meegenomen, waarna de rechtbank in Italië de onmiddellijke terugkeer naar Nederland gelastte en de hoofdverblijfplaats bij de vader bepaalde.
De moeder verzocht de rechtbank om toestemming voor verhuizing met de minderjarige naar Italië of subsidiair om de hoofdverblijfplaats bij haar in Nederland te bepalen. De rechtbank overwoog dat verhuizing naar het buitenland bij co-ouderschap een ingrijpende inbreuk vormt op het recht van de andere ouder en het kind op omgang en verzorging.
Na belangenafweging oordeelde de rechtbank dat het belang van de moeder onvoldoende zwaarder weegt dan dat van de vader en de minderjarige bij het behoud van de status quo. De hoofdverblijfplaats werd bij de vader vastgesteld, met een zorgregeling waarbij de minderjarige afwisselend bij beide ouders verblijft.
Verder werd bepaald dat de vader een kinderbijdrage van €515 per maand en een partnerbijdrage van €1.042 bruto per maand aan de moeder betaalt. De verdeling van de huwelijksgemeenschap werd pro forma aangehouden voor verdere stukken en voorstellen.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de vader vastgesteld en het verzoek van de moeder tot verhuizing naar Italië wordt afgewezen.