ECLI:NL:RBHAA:2010:BO5340
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- M.A.E. de Jong-Overtoom
- W.A.F. Jansen
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing schorsing voorwaardelijke invrijheidsstelling
Op 10 augustus 2010 diende verzoeker een verzoek in bij de rechtbank Haarlem om de schorsing van zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling op te heffen. Verzoeker was eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van 44 maanden, waarvan hij op 1 februari 2010 voorwaardelijk in vrijheid werd gesteld.
Op 9 augustus 2010 had de officier van justitie een vordering ingediend tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling wegens het niet naleven van bijzondere voorwaarden. De rechter-commissaris had daarop de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidsstelling toegewezen. Verzoeker wilde deze schorsing laten opheffen.
De rechtbank oordeelde dat er geen nieuwe argumenten waren die niet reeds door de rechter-commissaris waren betrokken. De naar voren gebrachte argumenten moesten nog onderzocht worden in de zitting van 2 september 2010. De rechtbank zag geen gronden om de schorsing op te heffen en wees het verzoek af.
De beslissing werd genomen door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Haarlem op 20 augustus 2010, bestaande uit drie rechters onder voorzitterschap van M.A.E. de Jong-Overtoom.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidsstelling wordt afgewezen.