ECLI:NL:RBHAA:2010:BO5289
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag bij bedrijfseconomische omstandigheden
De werknemer was sinds 1988 in dienst bij Regiobouw en werd ontslagen vanwege bedrijfseconomische omstandigheden veroorzaakt door de economische crisis. Regiobouw vroeg en kreeg toestemming van het UWV om het dienstverband te beëindigen. Er was geen sociaal plan tot stand gekomen vanwege onenigheid met vakbonden. De werknemer vorderde een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, stellende dat de gevolgen van het ontslag te ernstig waren in verhouding tot het belang van de werkgever.
De kantonrechter overwoog dat het ontbreken van een afvloeiingsregeling het ontslag niet kennelijk onredelijk maakt. De bedrijfseconomische situatie lag in de risicosfeer van de werkgever en was niet op zichzelf voldoende om het ontslag onredelijk te achten. Hoewel het vinden van passend werk voor de werknemer door zijn leeftijd en de crisis moeilijk was, had de werkgever een redelijk aanbod gedaan, waaronder een gekapitaliseerde WW-aanvulling over 28 maanden.
De kantonrechter concludeerde dat ondanks de ernstige gevolgen voor de werknemer, het aanbod van de werkgever voldoende was om de gevolgen te verzachten en dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was. De vordering tot schadevergoeding werd daarom afgewezen en de proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen.