ECLI:NL:RBHAA:2010:BO4971
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Weigering voorlopige voorziening loonvordering wegens onvoldoende spoedeisend belang
Eiseres was van 1 september 2008 tot uiterlijk 31 augustus 2010 in dienst als algemeen medewerker bij gedaagde. Na ziekmelding op 5 oktober 2009 ontving zij geen salaris meer. Eiseres vorderde in kort geding betaling van achterstallig salaris, inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering.
Gedaagde betwistte de ziekmelding en stelde dat de arbeidsovereenkomst per 31 augustus 2009 was geëindigd. De kantonrechter oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk ziek was en dat haar vordering onvoldoende spoedeisend belang had. Tevens speelde mee dat eiseres ruim een jaar na stopzetting van salarisbetaling pas haar vordering instelde.
De kantonrechter wees de voorlopige voorziening af en veroordeelde eiseres in de proceskosten, omdat zij in het ongelijk werd gesteld. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige en onderbouwde vorderingen bij loonvorderingen in kort geding.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de voorlopige voorziening af wegens onvoldoende spoedeisend belang en veroordeelt eiseres in de proceskosten.