ECLI:NL:RBHAA:2010:BO4546
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van der Meer
- Th.S. Röell
- A.C. Terwiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken van gegronde vrees voor vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden van de meervoudige strafkamer vanwege het afwijzen van zijn verzoeken tot het horen van getuigen, waarbij hij stelde dat dit de schijn van vooringenomenheid wekte. De rechtbank heeft het verzoek behandeld en onderzocht of er feiten of omstandigheden waren die een gegronde vrees voor partijdigheid konden rechtvaardigen.
Uit het dossier en de zitting bleek dat de rechters hun beslissingen zorgvuldig hadden genomen en dat er geen aanwijzingen waren dat zij zich reeds een oordeel hadden gevormd of vooringenomen waren. Het verzoek tot het horen van verbalisanten van de Federale Gerechtelijke Politie in België werd afgewezen omdat de verdediging geen concrete feiten had aangevoerd die onrechtmatig bewijs zouden aantonen, terwijl de douane bevoegd was het onderzoek te verrichten.
Het verzoek om een andere getuige te horen werd eveneens afgewezen omdat deze niet traceerbaar bleek en de verdediging onvoldoende concrete gegevens had aangeleverd om nader onderzoek te rechtvaardigen. De rechtbank concludeerde dat het afwijzen van deze verzoeken niet zo onbegrijpelijk was dat het wijst op vooringenomenheid.
De rechtbank benadrukte dat een onjuiste beslissing op zichzelf geen grond is voor wraking en dat het wrakingsverzoek niet het juiste middel is om het oordeel over de beslissing aan te vechten. Het verzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.