ECLI:NL:RBHAA:2010:BO3914
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H.M. Bruin
- H.M. van Dam
- K.I. de Jong
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens tardiviteit en gebrek aan gegronde aanwijzingen
Verzoeker heeft op 28 september 2010 een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die de hoofdzaak behandelt. De rechtbank stelt vast dat verzoeker pas ruim zeven weken na bekendwording van de naam van de rechter het verzoek indiende, wat niet voldoet aan de wettelijke eis van onmiddellijke indiening volgens artikel 37 Rv Pro.
De rechtbank overweegt dat het wrakingsverzoek ook inhoudelijk niet slaagt. De enkele eerdere betrokkenheid van de rechter bij zaken waarin verzoeker partij was, vormt geen grond voor partijdigheid. Verzoeker heeft geen aanvullende omstandigheden aangevoerd die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleveren. De beschuldigingen van oplichting en geld achterhouden zijn niet onderbouwd met bewijs.
De wrakingskamer verklaart het verzoek niet-ontvankelijk en beveelt voortzetting van de hoofdzaak in de stand van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en onvoldoende gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.