ECLI:NL:RBHAA:2010:BO3912
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Opheffing schorsende werking derdenverzet en voortzetting executie loonvordering op zeeschip Pamina
De zaak betreft een loonvordering van een schipper/bootsman, hierna eiser, jegens zijn voormalige werkgever [A], waarbij het zeeschip Pamina, eigendom van Framroad Ltd., als executiemiddel wordt ingezet. Framroad heeft derdenverzet ingesteld tegen de executie, waardoor de tenuitvoerlegging werd geschorst.
De voorzieningenrechter beoordeelt of de schorsende werking van het derdenverzet moet worden opgeheven. Het hof ’s-Gravenhage heeft in een eerder arrest vastgesteld dat de loonvorderingen van eiser, beperkt tot een periode van twaalf maanden, verhaalbaar zijn op het schip Pamina. Framroad stelde dat de vordering verjaard is en dat eiser zich niet tijdig op het schip had mogen verhalen, maar dit verweer werd verworpen.
De voorzieningenrechter weegt het belang van eiser, die door het tijdsverloop en het ontbreken van verhaal op [A] genoodzaakt was het schip als verhaalobject te gebruiken, zwaarder dan het belang van Framroad, dat schade zou lijden bij executie. Framroad kan de executie voorkomen door betaling van de vorderingen. De schorsende werking wordt opgeheven en de executie mag binnen twee dagen worden voortgezet tot het vastgestelde bedrag inclusief rente en proceskosten. Framroad wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De schorsende werking van het derdenverzet wordt opgeheven en de executie van het zeeschip Pamina mag worden voortgezet voor de loonvorderingen van eiser.