ECLI:NL:RBHAA:2010:BO2183
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legitieme portie en onterving op grond van Oostenrijks recht bij nalatenschap
De zaak betreft de vererving van het Nederlandse deel van de nalatenschap van een erflaatster met dubbele nationaliteit, waarbij het Oostenrijks recht van toepassing is op de uitleg van het testament en het Nederlandse recht op de afwikkeling van het Nederlandse deel.
Eiseres werd onterfd op grond van artikel 768 ABGB Pro wegens het vermeende hulpeloos achterlaten van haar moeder in een noodtoestand. Gedaagden stelden dat eiseres vanaf het moment dat haar moeder aan kanker leed geen contact meer had en haar moeder in de steek liet. Eiseres betwistte dit en stelde dat zij tot 1999 in Afrika woonde, haar moeder meerdere malen bezocht heeft tot 1992, en dat zij niet op de hoogte was van de ernst van de ziekte.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit van jarenlang geen contact niet voldoende is voor onterving op grond van art. 768 ABGB Pro. Er was geen bewijs dat eiseres haar moeder hulpeloos in een noodtoestand heeft achtergelaten, mede omdat zij niet op de hoogte was van de levensbedreigende situatie. De legitieme portie werd vastgesteld op één negende deel van de waarde van de woning in Nederland, en een deskundige zal de waarde van deze woning bepalen.
De rechtbank wees de vordering af die inhield dat de vordering opeisbaar zou zijn binnen veertien dagen na het vonnis, omdat de Nederlandse sanctie inhoudt dat betaling pas opeisbaar wordt bij overlijden van gedaagde onder 3. De zaak wordt verwezen voor benoeming van een deskundige en verdere procedure.
Uitkomst: Eiseres heeft recht op haar legitieme portie van één negende deel van de waarde van de Nederlandse woning in de nalatenschap.