ECLI:NL:RBHAA:2010:BO0849
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatieclaim wegens geen instapweigering bij vluchtombooking
EUclaim vordert van Transavia compensatie en incassokosten op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 wegens instapweigering van passagiers voor een vlucht van Kos naar Amsterdam. De passagiers waren vier dagen voor de vlucht geïnformeerd over een omboeking naar een latere vlucht en hebben zich niet gemeld voor de oorspronkelijke vlucht.
Transavia betwist de vordering primair wegens het ontbreken van een rechtsgeldige cessie en subsidiair wegens het ontbreken van instapweigering, aangezien de passagiers geen bevestigde boeking hadden voor de oorspronkelijke vlucht en zich niet meldden. Tevens stelt Transavia dat de passagiers Neckerman moeten aanspreken.
De kantonrechter oordeelt dat EUclaim ontvankelijk is in haar vordering, maar dat geen instapweigering in de zin van de verordening is vastgesteld. De passagiers zijn tijdig geïnformeerd en hebben het alternatieve aanbod geaccepteerd. Er is geen sprake van weigering tegen de wil van de passagiers. De vordering wordt afgewezen en EUclaim wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens instapweigering wordt afgewezen omdat geen sprake is van instapweigering volgens de verordening.