ECLI:NL:RBHAA:2010:BN6844
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige voorziening maatschappelijke opvang na beschikbaarstelling woonruimte in AZC Alkmaar
Verweerster en haar gezin verbleven sinds 2005 in Nederland en vroegen maatschappelijke opvang aan wegens dreigende dakloosheid. De voorzieningenrechter had eerder een voorlopige voorziening getroffen die het college verplichtte hen tot maatschappelijke opvang toe te laten. Het college bood opvang in een hotel, maar onderzocht ook plaatsing in het AZC Alkmaar.
Verzoeker vroeg opheffing van de voorlopige voorziening omdat het AZC Alkmaar woonruimte beschikbaar had gesteld, maar verweerster betwistte dat deze opvang adequaat was, mede vanwege de medische situatie van haar jongste kind. Diverse medische verklaringen werden overlegd, maar de voorzieningenrechter vond deze onvoldoende om de opvang als niet adequaat aan te merken. Het COA had bovendien medische begeleiding en voorzieningen voor kwetsbare personen geregeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoeker bij opheffing van de voorziening zwaarder woog en dat de opvang in het AZC Alkmaar als toereikend kan worden beschouwd. De voorlopige voorziening werd daarom opgeheven met ingang van de zevende dag na daadwerkelijke beschikbaarstelling van woonruimte in het AZC. Er was geen proceskostenveroordeling.
Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorlopige voorziening maatschappelijke opvang wordt opgeheven met ingang van de zevende dag na daadwerkelijke beschikbaarstelling van woonruimte in het AZC Alkmaar.