ECLI:NL:RBHAA:2010:BN6661
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- S. Sicking
- Rechtspraak.nl
Geen voorlopige voorziening tegen stoppen provisiebetalingen door luchtvaartmaatschappijen aan reisagenten
De vereniging ANVR, die de belangen van aangesloten reisagenten behartigt, vordert een voorlopige voorziening tegen Lufthansa c.s. en andere luchtvaartmaatschappijen die hun agentuurovereenkomsten hebben opgezegd en de provisiebetalingen aan reisagenten willen staken. ANVR stelt dat deze opzeggingen en nieuwe overeenkomsten in strijd zijn met agentuurregelgeving, bindende IATA-regels en het mededingingsrecht, en onredelijk zijn.
De rechtbank oordeelt dat ANVR ontvankelijk is in haar vordering, ondanks dat een deel van de reisagenten de nieuwe overeenkomsten heeft geaccepteerd. De opzeggingen zijn formeel rechtsgeldig, ook al is de opzegtermijn korter dan wettelijk voorgeschreven; eventuele schade moet in individuele procedures worden beoordeeld.
De rechtbank stelt vast dat het agentuurrecht niet dwingend voorschrijft dat een agent een geldelijke beloning moet ontvangen en dat de voordelen die reisagenten onder het nieuwe model genieten, zoals toegang tot boekingssystemen, mogelijk als beloning kunnen gelden. De staking van provisiebetalingen is niet in strijd met de toepasselijke IATA-regels, mede omdat in andere landen ook geen provisie meer wordt betaald.
Voorts is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Lufthansa c.s. een machtspositie heeft of dat de handelwijze in strijd is met het mededingingsrecht. Ook is de handelwijze niet onredelijk of onbillijk, mede omdat reisagenten vrij zijn om de aangeboden overeenkomsten te accepteren of niet. De rechtbank wijst daarom de gevorderde voorlopige voorzieningen af en veroordeelt ANVR in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de gevorderde voorlopige voorzieningen af en veroordeelt ANVR in de proceskosten.