ECLI:NL:RBHAA:2010:BN5575
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voogdij wegens onduidelijke afstammingsrelatie minderjarige
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Haarlem om de Stichting Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam voorlopige voogdij te geven over een minderjarige vanwege onduidelijkheid over haar afstammingsrelatie en het ontbreken van gezag. De geboorteakte bleek vals en een DNA-test bij de vermeende vader was negatief. De moeder weigerde op ethische gronden medewerking aan een DNA-test.
De kinderrechter behandelde het verzoek op een zitting met gesloten deuren en concludeerde dat de wettelijke criteria voor voorlopige voogdij, namelijk het dringend en onverwijld noodzakelijk zijn ter voorkoming van ernstig gevaar voor de zedelijke of geestelijke belangen of gezondheid van de minderjarige, niet waren vervuld. Er waren geen signalen van kindermishandeling of crisissituatie en de minderjarige woonde bij de vermeende ouders en ging naar school.
De rechtbank wees het primaire verzoek af. Ook het subsidiaire verzoek tot benoeming van een bijzondere curator werd afgewezen omdat er geen belangenconflict was en de vermeende ouders niet met gezag waren belast. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voogdij wordt afgewezen wegens het ontbreken van ernstig gevaar voor de minderjarige.