ECLI:NL:RBHAA:2010:BN5012

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
23 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 10/3804
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • C.E. Heyning - Huydecoper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 14 Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007Art. 15 Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007Art. 29 Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening voor urgentieverklaring woning

Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor een urgentieverklaring op grond van de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007, vanwege een problematische woonsituatie veroorzaakt door een conflict met haar huisgenoot en depressieve klachten. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem heeft deze aanvraag afgewezen, mede op advies van de regionale urgentiecommissie.

Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de psychische klachten van verzoekster weliswaar aanwezig zijn, maar niet direct samenhangen met de woning zelf. Er is geen sprake van een medische of psychosociale klacht die een dringende noodzaak tot herhuisvesting op korte termijn rechtvaardigt, zoals vereist volgens artikel 15 van Pro de Huisvestingsverordening.

Ook is niet gebleken dat de situatie levensbedreigend of maatschappelijk onaanvaardbaar is in de zin van de verordening. Evenmin is er sprake van een onbillijkheid van overwegende aard die afwijking van de verordening zou rechtvaardigen. Daarom bestaat geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter wees het verzoek af en bepaalde dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat. Er werden geen proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een urgentieverklaring wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 10 - 3804
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 augustus 2010
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
verzoekster,
tegen:
het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 22 juli 2010 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om een urgentieverklaring afgewezen. Daarbij heeft verweerder verwezen naar het advies van de urgentiecommissie van 19 juli 2010.
Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 27 juli 2010 bezwaar gemaakt. Daarbij is tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 10 augustus 2010, alwaar verzoekster in persoon is verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. C.W. Baars.
2. Overwegingen
2.1 Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Daarbij gaat het om een afweging van belangen van de verzoekende partij bij een onverwijlde voorziening tegen het belang dat is gemoeid met onmiddellijke uitvoering van het besluit. Voorzover deze toetsing een beoordeling van de hoofdzaak meebrengt, is dat oordeel voorlopig van aard.
2.2 Ingevolge artikel 14, eerste lid, van de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007 van de gemeente Haarlem (hierna: HVV) kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem een urgentieverklaring verlenen aan een woningzoekende die ingezetene is van de regio Zuid-Kennemerland en die dringend behoefte heeft aan (andere) woonruimte.
2.3 Ingevolge artikel 15 HVV Pro kan de in artikel 14, eerste lid HVV bedoelde urgentie worden verleend indien er sprake is van een medische of een psychosociale klacht in relatie met de huidige woning, waaruit een dringende noodzaak tot (her)huisvesting op korte termijn voortvloeit. Deze noodzaak is alleen aanwezig als er sprake is van een levensbe¬dreigen¬de of maatschap¬pe¬lijk onaanvaardbare situatie.
2.4 Ingevolge het tweede lid van artikel 15 HVV Pro vraagt het college voorafgaand aan de besluitvorming omtrent de urgentieaanvraag advies aan de urgentiecommissie, zoals bedoeld in het Reglement Regionale Urgentiecommissie 2007.
2.5 Ingevolge artikel 29 HVV Pro kan het college van burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in de verordening ten aanzien van de urgentieverklaring voor zover toepassing van de verordening gelet op het belang van het in gebruik nemen of geven van woonruimte of het wijzigen van de woonruimtevoor¬raad leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
2.6 Volgens bijlage II, onder s, HVV wordt onder maatschappelijk onaanvaardbaar verstaan: de situatie waarin een ingezetene zich bevindt waarbij,
- het jongste kind minderjarig is;
- er zeer ernstige medische of psychische problemen zijn bij een van de gezinsleden, die door de huidige woonsituatie worden versterkt dan wel de huidige situatie onhoudbaar maken; en
- verhuizen de enige oplossing is.
2.7 Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor een urgentieverklaring. Zij heeft deze aanvraag gemotiveerd met de stelling dat haar huidige woonsituatie onhoudbaar is. Als gevolg van een financieel geschil met het UWV en door depressieve klachten is er spanning ontstaan tussen verzoekster en haar huisgenoot, met wie zij de woning in mede-eigendom heeft. Het conflict met het UWV is weliswaar opgelost, maar het conflict met de huisgenoot is blijven bestaan. Verzoekster vreest dat het conflict zal escaleren. Gezien haar psychische klachten is de woonsituatie voor haar zeer bedreigend. Verzoekster heeft medische gegevens overgelegd van haar psychiater en huisarts, waaruit blijkt dat zij depressieve klachten heeft.
2.8 De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
2.9 Hetgeen verzoekster heeft aangevoerd, biedt naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter geen, althans onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat is voldaan aan hetgeen in artikel 15 HVV Pro is opgenomen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit de stukken dat verzoekster reeds lange tijd lijdt aan psychische klachten en is haar huidige woonsituatie zonder meer problematisch te noemen. Niet is echter gebleken dat sprake is van een medische of een psychosociale klacht in relatie met de huidige woning. De psychische klachten van verzoekster houden geen verband met de woning zelf, zoals verzoekster ter terechtzitting heeft erkend. Evenmin is gebleken dat sprake is van een levensbe¬dreigen¬de situatie, dan wel van een maatschappe¬lijk onaanvaardbare situatie als bedoeld onder 2.6.
2.10 Hetgeen verzoekster heeft aangevoerd biedt ook geen aanknopingspunten voor de stelling dat het niet verlenen van een urgentieverklaring aan verzoekster leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
2.11 Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt derhalve afgewezen.
2.12 Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen aanwezig.
3. Beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Heyning - Huydecoper, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Pauwelussen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2010.
afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.