ECLI:NL:RBHAA:2010:BN3756
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen dwangbevel na inwerkingtreding vierde tranche Awb
De zaak betreft een dwangbevel uitgevaardigd door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem wegens een openstaande schuld van €2.127,35. Belanghebbende heeft tegen dit dwangbevel verzet aangetekend binnen de door verweerder genoemde termijn van zes weken.
De rechtbank overweegt dat de verweerder ten onrechte heeft aangegeven dat verzet mogelijk is. Met de inwerkingtreding van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) per 1 juli 2009 is de verzetprocedure tegen dwangbevelen afgeschaft. Dit geldt ook voor dwangbevelen die zijn uitgevaardigd na deze datum, zoals in dit geval.
De rechtbank verwijst naar artikel 8:4 Awb Pro waarin is bepaald dat tegen een dwangbevel geen beroep of bezwaar kan worden ingesteld. De wetgever heeft de verzetprocedure laten opgaan in het executiegeschil bij de burgerlijke rechter op grond van artikel 438 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De termijn van zes weken die verweerder heeft genoemd is daarom onjuist.
Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank het ingediende verzetschrift niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de verzetprocedure sinds 1 juli 2009 is komen te vervallen.