ECLI:NL:RBHAA:2010:BN3315
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid dierenpension voor ziekte hond door inslikken tennisballen
Eiser bracht zijn hond Ubro van 25 augustus tot 7 september 2009 onder bij dierenpension SSDO. Tijdens het verblijf werd Ubro ziek en moest hij geopereerd worden om drie tennisballen uit zijn maag te verwijderen. Eiser stelt dat het dierenpension onvoldoende toezicht hield en daardoor tekort is geschoten in haar zorgplicht. SSDO beroept zich op een exoneratiebeding in de pensionovereenkomst, waarin het risico voor het dier bij de eigenaar wordt gelegd.
De kantonrechter oordeelt dat het exoneratiebeding een algemene voorwaarde is en vermoed wordt onredelijk bezwarend te zijn, waardoor het vernietigbaar is. SSDO heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het beding gerechtvaardigd zou zijn, ook al is het risico volgens haar niet verzekerbaar. De overeenkomst valt onder het regime van bewaarneming (artikelen 7:600-609 BW), waarbij SSDO als bewaarnemer de zorg van een goed bewaarder moet betrachten.
Eiser wordt toegelaten tot bewijslevering dat Ubro ziek is geworden door het inslikken van tennisballen tijdens het verblijf. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het nemen van een akte en eventueel het horen van getuigen. SSDO betwist dat Ubro tennisballen heeft opgegeten en dat dit de oorzaak is van de ziekte. Verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het exoneratiebeding wordt vermoed onredelijk bezwarend verklaard en eiser wordt toegelaten tot bewijslevering over de oorzaak van de ziekte van zijn hond.