ECLI:NL:RBHAA:2010:BN1191
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C. Monster
- M.J. Kronenberg
- E.B. de Vries-van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatig verkregen bewijs in AIVD-zaak rond journalistieke bronbescherming
De rechtbank Haarlem behandelde een strafzaak tegen verdachte die verdacht werd van betrokkenheid bij lekken van staatsgeheimen. Het onderzoek startte op basis van een tekstanalyse van de AIVD die vermoedde dat journalisten beschikten over een geheime analyse over Irak. De AIVD voerde een telefoontap uit op een nummer in gebruik bij een journaliste, die later onrechtmatig werd bevonden omdat deze disproportioneel was ingezet.
De verdediging voerde aan dat het AIVD-onderzoek ontoetsbaar en onzorgvuldig was, en dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De rechtbank oordeelde echter dat het AIVD-onderzoek, met uitzondering van het beeldmateriaal, voldoende toetsbaar was en dat de Landelijk Officier van Justitie Terrorismebestrijding zijn taak niet had verzaakt.
Wel stelde de rechtbank vast dat het bewijsmateriaal dat voortkwam uit de onrechtmatige telefoontap, ook in de zaak tegen verdachte onrechtmatig was verkregen en derhalve niet als bewijs kon dienen. Dit leidde ertoe dat al het bewijs uit het AIVD-onderzoek en het opsporingsonderzoek als 'fruits of the poisonous tree' buiten beschouwing moest blijven. Hierdoor was er onvoldoende wettig bewijs om tot een veroordeling te komen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op. Tevens verwierp de rechtbank het beroep op het gelijkheidsbeginsel van de verdediging, omdat de zaak tegen de journaliste anders was te kwalificeren dan die tegen verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs door onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal.