ECLI:NL:RBHAA:2010:BN0977
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming huurwoning na beëindiging relatie ondanks moreel appel
Partijen zijn enkele jaren geleden een relatie begonnen waarbij gedaagde bij eiser in de huurwoning is ingetrokken. Na het beëindigen van de relatie is gedaagde in de woning blijven wonen, terwijl eiser elders is gaan verblijven. Eiser vordert in kort geding ontruiming van de woning omdat gedaagde zonder recht of titel verblijft en hij zelf niet kan terugkeren.
Gedaagde voert aan dat eiser een morele verplichting heeft haar in de woning te laten verblijven, omdat zij zwanger is van een gehuwde man en geen andere woonruimte heeft. De kantonrechter oordeelt dat het morele appel geen rechtsgrond vormt voor haar verblijf en dat ook de moeilijke persoonlijke situatie van gedaagde niet leidt tot een onaanvaardbare ontruiming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
De kantonrechter acht het spoedeisend belang van eiser voldoende aannemelijk en verwacht dat eiser in een bodemprocedure zal slagen. Daarom wordt de vordering tot ontruiming toegewezen en wordt gedaagde veroordeeld de woning te ontruimen en de proceskosten te betalen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de huurwoning en betaling van proceskosten.