ECLI:NL:RBHAA:2010:BM5913
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot voortzetting verblijf in psychiatrisch ziekenhuis na te late indiening
Betrokkene verblijft in een psychiatrisch ziekenhuis en de officier van justitie verzoekt om voortzetting van dit verblijf. De rechtbank constateert dat het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling een dag te laat is ingediend, wat in strijd is met de wettelijke termijnen van de Wet Bopz.
Desondanks wordt het verzoek niet afgewezen vanwege de te late indiening, maar wordt wel bepaald dat de voorlopige machtiging niet kan worden verleend voor een langere duur dan verzocht, gerekend vanaf het einde van de vorige machtiging. De geneeskundige verklaring van de psychiater bevatte een formeel gebrek omdat deze niet van de geneesheer-directeur afkomstig was, maar dit gebrek is ter zitting geheeld doordat de geneesheer-directeur zijn instemming en verantwoordelijkheid voor de verklaring heeft bevestigd.
Uit de stukken en het verhandelde blijkt dat betrokkene door een stoornis van de geestvermogens gevaar veroorzaakt dat niet buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. Betrokkene toont onvoldoende bereidheid tot verblijf. De rechtbank verleent daarom de voorlopige machtiging tot voortzetting van het verblijf voor drie maanden, met ingang van 8 april 2010 tot 8 juli 2010.
Het meer of anders verzochte wordt afgewezen. De beschikking is gegeven door rechter R.A. Otter en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2010.
Uitkomst: De rechtbank verleent de voorlopige machtiging tot voortzetting van het verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis voor drie maanden vanaf 8 april 2010.