ECLI:NL:RBHAA:2010:BM5869
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Passagiers niet ontvankelijk in compensatievordering wegens overschrijding vervaltermijn bij geannuleerde vlucht
In 2007 sloten passagiers met Transavia overeenkomsten van luchtvervoer voor een vlucht van Eindhoven naar Alicante. Transavia annuleerde de vlucht en boekte passagiers om naar een latere vlucht, waardoor zij circa zes uur later aankwamen. Passagiers vorderden compensatie van €400 per persoon op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.
Transavia betwistte de vorderingen en stelde dat deze niet ontvankelijk zijn omdat ze na de vervaltermijn van twee jaar, zoals bepaald in artikel 8:1835 BW Pro en bevestigd in de algemene voorwaarden, zijn ingediend. De kantonrechter oordeelde dat de vorderingen inderdaad te laat zijn ingesteld en daarom niet ontvankelijk zijn.
De passagiers voerden nog aan dat het beroep op de vervaltermijn in strijd zou zijn met de processuele goede trouw, verwijzend naar een eerder vonnis, maar dit werd verworpen omdat dat vonnis alleen rechtskracht heeft tussen andere partijen en er geen bewijs was van een afspraak om de vorderingen conform dat vonnis af te wikkelen.
De kantonrechter veroordeelde de passagiers tot betaling van de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Passagiers worden niet ontvankelijk verklaard in hun compensatievorderingen wegens overschrijding van de wettelijke vervaltermijn.