ECLI:NL:RBHAA:2010:BM3476
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- M.A.E. de Jong-Overtoom
- A. Eichperger
- S. Jongeling
- Rechtspraak.nl
Beschikking over bezwaarschriften inzake onthouding processtukken in gerechtelijk vooronderzoek
Op 12 maart en 25 maart 2010 zijn twee bezwaarschriften ingediend door de raadsman van verdachte tegen beslissingen omtrent de onthouding van processtukken. De rechtbank behandelde deze bezwaren in raadkamer en oordeelde dat alleen de rechter-commissaris bevoegd is om processtukken te onthouden na opening van een gerechtelijk vooronderzoek.
De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift van 11 maart 2010 niet ontvankelijk omdat het gericht was tegen een beslissing van het Openbaar Ministerie en niet van de rechter-commissaris. Het bezwaarschrift van 24 maart 2010 werd deels ontvankelijk verklaard: de gevraagde verdachten- en getuigenverklaringen zijn redelijkerwijs van belang en worden als processtukken toegevoegd, terwijl stukken van selectie- en tripartite-overleggen niet als processtukken worden aangemerkt.
De rechtbank volgde de jurisprudentie dat processtukken alles omvatten wat aan het dossier is toegevoegd en van belang kan zijn voor de verdachte. De verdediging kreeg toegang tot de verklaringen in een dataroom, en het belang van het onderzoek rechtvaardigde geen onthouding van deze stukken. De stukken van de overleggen behoeven geen toevoeging aan het dossier wegens onvoldoende onderbouwing door de verdediging.
De beschikking werd gegeven door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Haarlem op 12 april 2010, waarbij de gevraagde verklaringen expliciet werden genoemd en toegevoegd aan het procesdossier van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is niet ontvankelijk verklaard in het eerste bezwaarschrift en ontvankelijk in het tweede voor bepaalde processtukken die aan het dossier worden toegevoegd.