ECLI:NL:RBHAA:2010:BM2514
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling ouderbijdrage kinderdagverblijf bij tussentijdse beëindiging overeenkomst
De zaak betreft een geschil tussen Borus B.V., een kinderdagverblijf, en een ouder die zijn kinderen had aangemeld voor opvang. De ouder had de opvangovereenkomst per 1 september 2008 opgezegd, terwijl de contractuele opzegtermijn twee maanden bedroeg tot 15 september 2008. Borus vorderde betaling van de ouderbijdrage over deze volledige periode.
De ouder voerde aan dat de opvang onvoldoende kwaliteit bood en dat hij de overeenkomst daarom buitengerechtelijk had ontbonden, en dat voor één kind de plaats al door een ander was ingenomen, zodat hij niet gehouden was tot betaling over de hele termijn. De rechtbank verwierp het ontbindingsverweer omdat geen sprake was van verzuim en ontbinding niet was medegedeeld.
De rechtbank oordeelde dat de ouder zich aan de opzegtermijn had verbonden, maar dat de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW Pro) meebrengen dat voor het kind waarvan de plaats al was ingenomen, de ouderbijdrage niet over de gehele termijn verschuldigd is. Voor het andere kind is de bijdrage wel verschuldigd. Incassokosten en handelsrente werden afgewezen, terwijl wettelijke rente werd toegewezen vanaf de datum van de sommatie. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Vader moet ouderbijdrage betalen voor één kind over de opzegtermijn, maar niet voor het kind waarvan de plaats was ingenomen; incassokosten en handelsrente worden afgewezen.