ECLI:NL:RBHAA:2010:BM2107

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
14 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 10/978 & AWB 09/6448
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • G. Guinau
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:2 AwbArt. 6:22 AwbArt. 8:86 AwbArt. 19 WRO
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke vernietiging besluit vrijstelling en bouwvergunning kinderdagverblijf wegens schending hoorplicht

De rechtbank Haarlem behandelde het beroep tegen het besluit van 24 november 2009 waarbij vrijstelling en bouwvergunning werden verleend voor het verbouwen van een woning tot een kinderdagverblijf voor 59 kinderen.

Eiser stelde dat verweerder de hoorplicht zoals neergelegd in artikel 7:2 Awb Pro had geschonden. Hoewel een hoorzitting was belegd, werd niet inhoudelijk op bezwaren ingegaan omdat de vrijstellingsprocedure aanvankelijk onterecht niet was gevolgd. Verweerder heeft later de procedure alsnog gevolgd maar heeft bezwaarmakers niet inhoudelijk gehoord naar aanleiding van hun zienswijzen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat deze handelswijze in strijd was met de hoorplicht en dat het gebrek niet kon worden gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 10 / 978 en 09 / 6448
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter d.d. 14 april 2010
in de zaak van:
[naam eiser],
wonende te [woonplaats],
gemachtigde: mr. H.A.M. Lamers, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand,
tegen:
het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer,
verweerder,
derde partij,
Kinderdagverblijf Haarlemmermeer B.V.,
gemachtigde: mr. B.M. Sadza, advocaat te Haarlem.
Tegenwoordig: mr. G. Guinau, voorzieningenrechter, en mr. D. Krokké, griffier.
Zitting: 14 april 2010. De zaken zijn gelijktijdig behandeld met de zaken AWB 10 / 971 en 10 / 123.
Verschenen: Eiser in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder vertegenwoordigd door mr. K. Vreeker, werkzaam bij de gemeente Haarlemmermeer. Namens de derde partij [naam] en de gemachtigde.
Het geschil betreft het besluit van 24 november 2009, verzonden op 25 november 2009, waarbij verweerder vrijstelling en bouwvergunning heeft verleend ten behoeve van het verbouwen van de woning met praktijkruimte op de [locatie] tot een kinderdagverblijf voor 29 kinderen tot vier jaar en 30 kinderen vanaf vier jaar.
Bij mondelinge uitspraak van 14 april 2010 heeft de voorzieningenrechter het beroep met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen.
Eiser heeft in beroep onder meer aangevoerd dat verweerder de in artikel 7:2 van Pro de Awb neergelegde hoorplicht heeft geschonden. Deze grond slaagt. Weliswaar heeft verweerder op 13 november 2008 een hoorzitting belegd, maar zoals eiser heeft aangegeven en ook uit het verslag van deze hoorzitting blijkt, is aldaar niet inhoudelijk op de bezwaren van eiser en de andere bezwaarmakers ingegaan, omdat inmiddels duidelijk was dat ten onrechte geen vrijstellingsprocedure op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening was gevoerd. Hangende bezwaar heeft verweerder deze vrijstellingsprocedure alsnog gevolgd en bezwaarmakers daarbij in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Verweerder heeft vervolgens echter afgezien de bezwaarmakers inhoudelijk te horen naar aanleiding van de door hen ingediende bezwaarschriften. Met eiser is de voorzieningenrechter van oordeel dat deze handelswijze in strijd is met artikel 7:2 van Pro de Awb. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb te passeren, nu het hier niet een gebonden beschikkingsbevoegdheid van verweerder betreft en eiser ter zitting voorts uiteen heeft gezet dat hij als gevolg van het niet horen in zijn belangen is geschaad.
Het beroep is derhalve gegrond, het bestreden besluit dient te worden vernietigd.
Verder heeft de voorzieningenrechter bepaald dat aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling ten aanzien van verweerder. De proceskosten worden begroot op
€ 1311,- (met betrekking tot de kosten van rechtsbijstand in beroep wordt één punt toegekend voor het indienen van een beroepschrift, één punt voor het indienen van een verzoekschrift en één punt voor het verschijnen ter zitting, waarbij een wegingsfactor één in aanmerking is genomen. De waarde van één punt bedraagt € 437,-). Ook dient verweerder het door eiser betaalde griffierecht ad. € 150,- aan hem te vergoeden.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,
(griffier) (voorzieningenrechter)
afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.