ECLI:NL:RBHAA:2010:BM0542
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke schorsing relatiebeding wegens onduidelijkheid en beperking in bereik en duur
Eisers waren werknemers bij een werkgever die hun arbeidsovereenkomst voortzette bij een opvolgend bedrijf. In hun arbeidsovereenkomst was een relatiebeding opgenomen dat hen verbood om na beëindiging van het dienstverband zaken te doen met relaties van de werkgever. Na beëindiging van hun dienstverband richtten eisers een concurrerende onderneming op.
Eisers vorderden een voorlopige voorziening om het relatiebeding geheel of gedeeltelijk te schorsen, dan wel een vergoeding toe te kennen zolang het beding zou gelden. De kantonrechter oordeelde dat het relatiebeding geldig is, maar onduidelijk geformuleerd, met name door de vage omschrijving van 'financiële transacties' en de 'cliëntenkring'.
De rechter paste het Haviltex-criterium toe voor uitleg en beperkte het beding tot relaties die daadwerkelijk in de drie jaren voorafgaand aan het einde van het dienstverband zaken deden met de werkgever. Tevens werd het beding in tijd beperkt tot één jaar na beëindiging van het dienstverband. Een vergoeding werd niet toegekend omdat de belemmering voor eisers niet zodanig was dat billijkheid dit rechtvaardigde.
De kantonrechter bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het relatiebeding wordt gedeeltelijk geschorst en beperkt in bereik en duur, zonder vergoeding toe te kennen.