ECLI:NL:RBHAA:2010:BL9707
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet aannemelijk voordeel bij bouw woning als belastbaar inkomen
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of eiser in 1999 een belastbaar voordeel heeft genoten bij de bouw van zijn woning aan de a-straat 1 te Amersfoort. Verweerder stelde dat eiser als directeur van Stichting K een voordeel van ƒ 100.000 had genoten doordat (onder)aannemer N de woning onder kostprijs bouwde. Dit zou een belastbaar voordeel zijn op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel b, van de Wet IB 1964.
De rechtbank onderzocht uitgebreid de bouwdocumentatie, aannemingsovereenkomsten en administraties van betrokken partijen, waaronder O B.V. en (onder)aannemer N. Uit het onderzoek bleek dat essentiële stukken ontbraken en dat de aannemer N nauw betrokken was bij de bouw, ondanks dat O formeel als hoofdaannemer optrad. Verweerder baseerde zijn voordeelinschatting op drie componenten: kosten steigerbouw en metselwerk, verrekening stelposten keuken en sanitair, en levering kozijnen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat eiser een voordeel had genoten. De kosten voor metselwerk en steigerbouw waren wel opgenomen in de begroting, de verrekening van stelposten was niet onjuist en er was onvoldoende bewijs dat (onder)aannemer N de kozijnen voor rekening van eiser had genomen. De navorderingsaanslag en heffingsrente werden vernietigd. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1999 wordt vernietigd omdat geen belastbaar voordeel is aangetoond.