ECLI:NL:RBHAA:2010:BL9555
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ontruimingsvordering wegens onbevoegde onderhuur ondanks belangen onderhuurder
IntermarisHoeksteen verhuurt sinds 1990 een woning aan [gedaagde 1], die deze zonder toestemming onderverhuurt aan [gedaagde 2]. [gedaagde 1] heeft de huur opgezegd per 1 april 2010. Verhuurder vordert ontruiming van de woning door de onderhuurder [gedaagde 2] wegens onbevoegde onderhuur en wanprestatie.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst met [gedaagde 2] als voorgezette huurovereenkomst geldt, maar dat de verhuurder op grond van artikel 7:269 lid 2 BW Pro een vordering tot beëindiging kan instellen. Het belang van verhuurder bij het handhaven van haar toewijzingsbeleid en het voorkomen van precedentwerking weegt zwaarder dan het belang van de onderhuurder en haar twee jonge kinderen.
De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen, met een termijn tot 1 mei 2010 om de woning te verlaten. De proceskosten worden verdeeld, waarbij de kosten van [gedaagde 1] voor rekening van verhuurder komen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woning door de onderhuurder wordt toegewezen met een termijn tot 1 mei 2010.