ECLI:NL:RBHAA:2010:BK9812
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking drank- en horecavergunning op grond van BIBOB-procedure
Verzoekster, exploitant van Café Bar The Little Lord, verzocht om schorsing van de intrekking van haar drank- en horecavergunning. Deze intrekking volgde op een BIBOB-onderzoek naar aanleiding van een tip van het Openbaar Ministerie, waarbij werd vastgesteld dat sprake was van een ernstig gevaar dat de vergunning zou worden gebruikt om wederrechtelijk verkregen voordeel te benutten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er voldoende aanwijzingen zijn voor een zakelijk samenwerkingsverband tussen verzoekster en een persoon die onherroepelijk veroordeeld is voor overtredingen van de Opiumwet en het deelnemen aan een criminele organisatie. Diverse feiten, zoals medeondertekening van contracten, financiële transacties en aanwezigheid in de horecagelegenheid, ondersteunen dit oordeel.
Verzoekster stelde dat zij niet betrokken was bij de strafbare feiten en dat de samenwerking slechts voortkwam uit een persoonlijke relatie. Dit betoog werd verworpen. Ook het argument dat de intrekking een verkapte poging was om de horecagelegenheid te sluiten vanwege een nieuw bestemmingsplan werd niet gevolgd.
Gelet op de ernst van het gevaar en de onderbouwing achtte de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat het besluit bij de bezwaarprocedure zal worden vernietigd. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de drank- en horecavergunning wordt afgewezen.