ECLI:NL:RBHAA:2009:BK7502
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot beëindiging uithuisplaatsing minderjarigen afgewezen door kinderrechter
De pleegvader verzocht primair om intrekking van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, subsidiair om beperking van de duur van de uithuisplaatsing tot observatie-uren, en meer subsidiair om een aanwijzing op grond van gewijzigde omstandigheden dat de minderjarigen bij hem geplaatst zouden worden.
De Stichting Bureau Jeugdzorg betwistte de ontvankelijkheid van de pleegvader en voerde verweer dat de uithuisplaatsing in het belang van de minderjarigen is en dat er geen gewijzigde omstandigheden zijn. De kinderrechter stelde vast dat de pleegvader ontvankelijk is in het primaire en subsidiaire verzoek, gezien zijn eerdere verzorging en omgang met de minderjarigen.
De kinderrechter oordeelde dat er geen gewijzigde omstandigheden zijn die beëindiging of beperking van de uithuisplaatsing rechtvaardigen. De minderjarigen verblijven in een leefgroep waar zij worden geobserveerd en het is in hun belang om de plaatsing voort te zetten om een negatieve spiraal te doorbreken. Het meer subsidiaire verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechter geen aanwijzing kan geven over de uitvoering van de uithuisplaatsing.
De kinderrechter wees het primaire en subsidiaire verzoek af en verklaarde het meer subsidiaire verzoek niet-ontvankelijk. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging en beperking van de uithuisplaatsing wordt afgewezen; het meer subsidiaire verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard.