ECLI:NL:RBHAA:2009:BK7382

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
17 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 09/5904
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:10 AwbArt. 7:13 Awb
Verwijzingen
13 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring beroep wegens overschrijding beslistermijn bezwaar bij gemeente Haarlem

Eiser heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar van 25 augustus 2009 door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn, zoals voorgeschreven in artikel 7:10 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is overschreden. Verweerder heeft erkend dat de afhandelingstermijn is beïnvloed door een grote hoeveelheid bezwaar- en beroepschriften in verhouding tot de personele bezetting.

De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is en verklaart het gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen op het bezwaar. Tevens wordt een dwangsom van € 100,00 per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,00.

Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, begroot op € 109,25, en dient het betaalde griffierecht van € 41,00 aan eiser te worden vergoed. De rechtbank acht geen onderzoek ter zitting noodzakelijk en baseert haar oordeel op de toepasselijke wettelijke bepalingen rondom het niet tijdig beslissen.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen en een dwangsom wordt opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 09 / 5904
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser,
gemachtigde: mr. J.H. Kruseman, advocaat te Haarlem,
tegen:
het college van burgemeester en wethouder van Haarlem,
verweerder.
1. Procesverloop
1.1 Bij brief van 27 november 2009 heeft eiser bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar van 25 augustus 2009.
1.2 De rechtbank heeft bij brief van 2 december 2009 verweerder, onder andere, verzocht, binnen twee weken na de dagtekening van de brief, mede te delen of de termijn waarbinnen in deze procedure een besluit moet worden genomen is verstreken. Verweerder heeft hierop bij brief van 7 december 2009 gereageerd.
2. Overwegingen
2.1 Op 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (Staatsblad 2009, 383) in werking getreden. Afdeling 8.2.4.A van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt deel uit van deze wetswijziging. Ingevolge artikel III, tweede lid, van de wet Dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen, blijft op een bezwaar- of beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit dat is ingediend vóór het tijdstip waarop afdeling 8.2.4A van toepassing is geworden, het recht zoals dit gold voor dat tijdstip van toepassing. Nu het beroepschrift is ingediend op 27 november 2009, is het recht over het niet tijdig beslissen van toepassing zoals dat geldt vanaf 1 oktober 2009.
2.2 Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, Awb kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2.3 Ingevolge artikel 8:55b, eerste lid, Awb doet de rechtbank, indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, binnen acht weken nadat het beroepschrift is ontvangen en aan de vereisten van artikel 6:5 Awb Pro is voldaan, uitspraak met toepassing van artikel 8:54 Awb Pro, tenzij de rechtbank een onderzoek ter zitting noodzakelijk acht.
2.4 Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. Tegen het niet tijdig beslissen staat dan ook beroep bij de rechtbank open.
2.5 Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, Awb, kan het beroepschrift worden ingediend zodra: a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen en, b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is. Ingevolge artikel 6:12, vierde lid, Awb is het beroep niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.
2.6 Ingevolge artikel 7:10, eerste lid, Awb beslist het bestuursorgaan binnen zes weken of – indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 is Pro ingesteld – binnen twaalf weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
2.7 Verweerder heeft bij brief van 7 december 2009 aan de rechtbank medegedeeld dat de beslistermijn ingevolge artikel 7:10 Awb Pro is overschreden. Dit doordat de afhandelingstermijn nadelig is beïnvloed door het grote aantal ingediende bezwaar- en beroepschriften in verhouding tot de ongewijzigde personele bezetting. Verweerder heeft voorts aangegeven dat, naar het zich laat aanzien, een beslissing op het bezwaarschrift te verwachten zal zijn in december 2009/januari 2010.
2.8 De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden.
2.9 De rechtbank stelt voorts vast dat eiser verweerder bij brief van 12 november 2009 heeft meegedeeld dat hij in gebreke is.
2.10 Gelet op het vorenstaande is het beroep ontvankelijk en is sprake van overschrijding van de beslistermijn. De rechtbank acht geen onderzoek ter zitting noodzakelijk en zal met toepassing van artikel 8:54 Awb Pro het beroep gegrond verklaren.
2.11 Gelet op het bepaalde in artikel 8:55d, eerste lid, Awb zal de rechtbank verweerder opdragen binnen een termijn van twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op het bezwaar te nemen.
2.12 De rechtbank bepaalt voorts met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, Awb dat verweerder een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,00.
2.13 Gelet op het voorgaande is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 109,25 (1 punt x factor 0,25 x € 437,00) als kosten van verleende rechtsbijstand. De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van zeer gering gewicht is, nu dit geding slechts betrekking heeft op de vraag of de beslistermijn is overschreden.
2.14 Uit de gegrondverklaring volgt dat verweerder het betaalde griffierecht ten bedrage van € 41,00 dient te vergoeden.
3. Beslissing
De rechtbank:
3.1 verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar gegrond;
3.2 vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
3.3 draagt verweerder op, binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak, alsnog een besluit te nemen op het bezwaar van eiser van 25 augustus 2009.
3.4 bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00.
3.5 veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten tot een bedrag van in totaal € 109,25, te betalen aan eiser;
3.6 gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 41,00 aan hem vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F. Miedema, rechter en op in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van J.M.G. Hamers, griffier.
Afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij deze rechtbank.
Het verzet dient gedaan te worden door het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.