ECLI:NL:RBHAA:2009:BK4698
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek VAR-winst wegens ontbreken ondernemerschap
Eiser verzocht de rechtbank om drie VAR-winst uit onderneming (VAR-wuo) verklaringen af te geven in plaats van VAR-resultaat uit overige werkzaamheden (VAR-row). De rechtbank oordeelde dat eiser geen procesbelang had bij twee beroepen omdat hij in de betreffende periode geen chauffeurs- of koerierswerkzaamheden verrichtte. Het beroep tegen de VAR-row voor administratieve diensten werd inhoudelijk beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat eiser administratieve werkzaamheden verrichtte voor twee opdrachtgevers, deels op kantoor en deels vanuit huis, met mondelinge afspraken. Hoewel eiser stelde dat hij ondernemersrisico liep en de intentie had een onderneming te drijven, ontbraken de vereiste kenmerken van een duurzame organisatie gericht op winst. Het aantal opdrachtgevers en de wijze van uitvoering wezen niet op ondernemerschap.
Daarom concludeerde de rechtbank dat de werkzaamheden niet in het kader van een onderneming waren verricht en dat de VAR-row terecht was afgegeven. De beroepen werden dan ook niet-ontvankelijk verklaard respectievelijk ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart twee beroepen niet-ontvankelijk en het beroep tegen de VAR-row voor administratieve diensten ongegrond omdat eiser geen onderneming drijft.