ECLI:NL:RBHAA:2009:BK3824
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet-rechtsgeldige verpanding van toekomstige vorderingen
Maasland vordert betaling van openstaande facturen die zij baseert op een pandovereenkomst met een derde, waarbij toekomstige vorderingen zouden zijn verpand. De Gouden Wok betwist de rechtsgeldigheid van deze verpanding, stellende dat de vorderingen niet bestonden bij het vestigen van het pandrecht en dat er geen bestaande rechtsverhouding was.
De rechtbank beoordeelt dat op grond van artikel 3:239 lid 1 BW Pro een toekomstige vordering alleen rechtsgeldig kan worden verpand indien deze reeds bestaat of rechtstreeks voortvloeit uit een bestaande rechtsverhouding op het moment van verpanding. Uit de feiten blijkt dat de facturen dateren na het vestigen van het pandrecht en dat er geen duurovereenkomst was die toekomstige leveringen voldoende bepaalbaar maakte.
Daarom is de verpanding niet rechtsgeldig en wordt de vordering afgewezen. De proceskosten worden aan Maasland opgelegd. De rechtbank ziet geen reden om andere stellingen van partijen te bespreken, aangezien deze het oordeel niet beïnvloeden.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen omdat de verpanding van de toekomstige vorderingen niet rechtsgeldig is.