ECLI:NL:RBHAA:2009:BK1746
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling investering vastgoedproject in Dubai en afwijzing rectificatie
In deze zaak stond een geschil centraal over een investering in een vastgoedproject in Dubai, waarbij eiser een bedrag van 2.400.000 AED had geïnvesteerd in het project “Waterhome”. Na verkoop van het project ontstond een winst, waarvan het restantbedrag van 3.000.000 AED niet aan eiser was voldaan. Gedaagde stelde dat eiser toestemming had gegeven om dit bedrag te herinvesteren in een villa via een ABC-transactie, maar de voorzieningenrechter achtte dit onvoldoende aannemelijk.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gedaagde onvoldoende bewijs had geleverd voor de toestemming van eiser en dat het restantbedrag derhalve opeisbaar was. De vordering tot betaling werd toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 5 september 2009. De vordering van eiseres werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van een vorderingsrecht.
In reconventie vorderde gedaagde opheffing van beslag en rectificatie wegens onrechtmatige uitlatingen van de advocaat van eiser in de media. Hoewel de uitingen onnodig grievend werden bevonden, werd de rectificatie afgewezen vanwege de vrijheid van meningsuiting en het feit dat eiser zelf mediastilte had nagelaten.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om behandeling achter gesloten deuren af, omdat eiser als publieke figuur meer persaandacht moest dulden. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten, met een hogere kostenveroordeling voor gedaagde. Het vonnis werd in het openbaar uitgesproken op 2 november 2009.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot betaling van 3 miljoen AED toe en wijst de reconventionele vorderingen tot opheffing beslag en rectificatie af.