ECLI:NL:RBHAA:2009:BK0565
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorrangsindicatie huisvesting ondanks psychische problemen zoon
Eiseres, met Surinaamse nationaliteit en moeder van een minderjarige zoon met Nederlandse nationaliteit, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad om een voorrangsindicatie voor huisvesting. Dit verzoek werd afgewezen omdat eiseres niet rechtmatig in Nederland verbleef en niet minimaal twee jaar onafgebroken in het bevolkingsregister van Zaanstad stond ingeschreven. Eiseres stelde dat haar zoon psychische schade en een verstandelijke beperking heeft en baat zou hebben bij een stabiele woonomgeving.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiseres sinds juni 2007 rechtmatig in Nederland verblijft vanwege een lopende aanvraag verblijfsvergunning en dat de primaire afwijzingsgrond niet meer van toepassing was. De subsidiaire afwijzing op grond van onvoldoende inschrijvingsduur en leeftijd van de zoon was terecht. Er was geen sprake van een acute noodsituatie die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigde.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de rechten waarop zij zich beroept, zoals het recht op gezinsleven en kinderrechten, uitsluitend door een voorrangsindicatie kunnen worden beschermd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de voorrangsindicatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.