ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ9007
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontheffing ouders uit ouderlijk gezag en benoeming Bureau Jeugdzorg tot voogd
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om voorlopige voogdij over een minderjarige toe te wijzen en om de ouders te ontheffen van het ouderlijk gezag. De minderjarige was onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. De ouders verschenen aanvankelijk niet bij de zitting, maar gaven later aan dat zij het eens waren met ontheffing van het gezag en dat instanties de verantwoordelijkheid moesten overnemen.
De kinderrechter behandelde het verzoek in twee zittingen met gesloten deuren, waarbij ook de minderjarige en vertegenwoordigers van de Raad en Bureau Jeugdzorg aanwezig waren. De Raad stelde dat de ouders hun plicht tot verzorging en opvoeding niet vervulden en dat de ondertoezichtstelling onvoldoende bescherming bood.
De ouders verklaarden geen contact meer te willen onderhouden en stemden schriftelijk in met het verzoek tot ontheffing. De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke voorwaarden voor ontheffing waren vervuld en dat het belang van de minderjarige zich niet tegen ontheffing verzette. De voorlopige voogdij werd afgewezen omdat ontheffing werd toegewezen.
De rechtbank benoemde Bureau Jeugdzorg Noord-Holland tot voogd over de minderjarige en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: De ouders worden ontheven van het gezag en Bureau Jeugdzorg Noord-Holland wordt benoemd tot voogd over de minderjarige.